Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 150

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 150

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

150

DE TROOST DÈR EEUWIGE VERKIEZING.

kring als als

hunner

geen

en

verdedigd,

schiep

juist

werk-

een

zich

aan de Kerkvaders ! Geen hunner heeft

Ziet het

hij.

Augustinus het zwaard des Woords voor de verkiezing op-

genomen, van

en nog

gaat de roep zijner werkzaamheid die

altijd

anderen voor.

alle

aan Calvijn,

Ja, ziet het

Gel., die on-

der alle Hervormers, zich het warmst op die vrijmachtige ver-

geworpen

kiezing

en zegt het mij, of ge onder

heeft,

laster,

waarmee men

welke

lippen

ook,

al

den

nagedachtenis hezwalkt heeft, van

zijn

de aanklacht der werkeloosheid hebt

ooit

gehoord ?

Neen arbeid

ginnen.

maar

Slechts

eertijds deed,

Een

plan.

eeuwige

die

Gel., af,

doet

verkiezing, ze houdt niet van

was

broddelen

wat de straks geroepene

het,

een doelloos zich vermoeien, een

nu

rusteloos,

maar zonder

den

de krachtsinspanning eerst be-

veeleer

bouwen

'zonder

dan derwaarts, zich bewegen,

her-

komen. Een gedachteloos opstamaar om ze straks met eigen hand weer om te werpen. Och wat hij ook meende te stichten, de eenheid ontbrak was in zijn leven en al zijn sloven om niet. Maar nu, nu de roeping des Heeren tot hem is gekomen, nu de eeuwige God tot hem gesproken heeft: ooit verder te

van steenen,

pelen

!

»Gij

mijn

zijt

knecht,"

o!

nu

weet

dat

hij

Zijns Va-

het

werk is, waarin hij altijd bezig moet zijn. Nu heeft hij voor wat daarbuiten licht geen oog, voor wat daar niet meê samenhangt geen oor, voor wat dat werk niet bevorderen kan geen hart. Zijn God heeft hem geroepen, dat is hem genoeg, en daarom voor Diens werk is zijn kracht, daarin leeft, ders

daarin tan al

geniet

zelf

er

niet terug,

kind

en

ja,

de hand die

dreigt

vertroost,

hij,

daar laat

gij,

mijn

in

uitstrekt,

hij

nu het Woord roepende

hij

hem

Zijn

knecht

!

niet

Want

de hand opleggen.

te

van

af,

wilde Sa-

al

al verschrikt zijn

verstrammen,

staande houdt, en

ontferming:

»

zijn

Vreest

hij

ziel,

wijkt

God hem

niet,

mijn

wees niet verbaasd, "want Ik ben

met u en de rechterhand mijner gerechtigheid zal u houden !" Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's