Revisie der revisie-legende - pagina 55
A.NTICRITIEK OP DR. VAN
TOORENBNBERGENS TWEEDEN AANVAL.
53
Hier komt nog: hij. dat ook hier uw ara:umentatie, stel, ze ?intf door, alleen Polyander zou slaan, en niet op Walaeus, noch op Thysius dus slechts op één van de drie. Immers Polyander alleen was subject aan UoUauds Staten.
op
;
Tegenover
deze
wegvallende argumenten in conira, handhaaf
aldus
de argumenten pro, die ik in mijn verweerschrift leverde; en Gij op twee dezer argumenten deedt, aldus af:
eens uit
door geen
geredeneerd.
een proces gewikkeld, door verwijzing naar zeker
in
lieden
hij
noemt dat
feit
niet,
feit
— dan
zich is
op
steeds
van gezonden zin geoordeeld, dat zulk een persoon van dit hij het anders had moeten releveeren.
feit
kennis droeg, wijl
bepaalde geval
In dat
argumentum /
een
mag
alsnu
ik
den aanval, dien
ten stelligste.
ik
moeilijkheid kon helpen, en
alle
alle
é silentio niet
zegt dat
Gij
1.
Dat betwist Als iemand
sla
een argumentum
is
é
silentio
volkomen even sterk
als
concessis.
Waar alzoo hier de Staten, de curatoren en de hoogleeraren in htm proces tegenover de kerk onmiddellijk gewonnen spel zouden gehad hebben, indien ze er op hadden kunnen wijzen, dat de formule tef/en den zin der hoogleerareu en in weerwil zoo is het feit, dat noch door de Staten noch van hun oppositie was doorgezet ;
,
door curatoren, noch door de hoogleeraren ook maar met één enkel woord hiervan gerept is, volkomen voldingend bewijs voor het beweren, dat of zulk een oppositie niet gevoerd is, of dat zij bij de stemming is opgegeven. En 2". Weglatende wat ik schreef en alleen op den klank af de woorden vau de Brielsche Synode citeerend dat de formule „in tegenwoordigheid van de hoogleeraren" te Dordt was vastgesteld, zegt Gij, dat dit volstrekt niet beteekent: „met hun medewerking". :
merk
Vooreerst
Polpnders dat
hij
althans
er
Maar ook
hiertegen
ik
absentie
in
op,
vaststelden", gebezigd ten opzichte
daar
;
ben: „er
ja,
En
bij,
ten
derde,
„presentibiis"
§
3.
De
voor
nu zelf weer uw beroep op want nu geeft Gij weer toe,
zij,
„Gij waart er bij toen we de formule van stemhebbende leden, elk denkbeeld van op:
ingeval van oppositie, natuurlijk zouden geantwoord hebte stemmen; dat bindt ons dus volstrekt niet." de taal zelve der Acta U heb aangetoond, dat ik uit
maar om tegen dat
destijds
zeer
verzaking van
bepaaldelijk werd opgevat, als
hooger
„met medewerking van".
deel der nalatenschap.
een
Te dien opzichte redeneert kelen
hier
was.
bij
ten tweede, dat het zeggen
positie uitsluit
Ge
dat
de zijkamer schieten laat;
Gij
onderwijs,
aldus:
„De
vastgesteld
nalatenschap bestond
in de
16 3ste
de artiDordtsche
uit
zitting der
Synode. In hun definilief request aan de Staten zijn niet déze artikelen, maar zijn de oude Delftsche gepresenteerd. Volgens uw eigen toegeven was de onderteekeningsformule een belichaming van de Dordtsche artikelen over hooger onderwijs. Blijkt derhalve dat de Dordtsche vaderen zelven de onderteekeuingsformule
hebben verzaakt." Zeer waarde Broeder!
bij het lezen van zulk een betoogwijs heb ik metterdaad moeite om ernstig te blijven. Ei zoo, hebben nu weer de kerkelijken (Festus Hommius en de zijnen) de onderteekeningsformule laten glippen ? En heel het geschil loopt er over, dat ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's