Twaalftal leerredenen - pagina 81
(eerste en tweede zestal)
::
SCHULDBESEF.
der blijdschap op leven
dat
uw
verleden teruggezien, hebt ge gedurig in
u lag zonden ontdekt, die ge toen niet
achter
dat
zonden had gevoeld, en gedurig
als
het
waarover
die dingen
den enkel
den
u
ontviel
dieper
lof!
toen van
was dat
meer
niets
was
rein,
altijd
zonde was.
in
uw heden licht
in
hoe donkerder
licht,
alles in
uw
verleden
achteren
scheen of uw toebrengen uw schuldbesef slechts een O schaduwe der duisternis !
voor u uit! Zoo
veroordeelen
ja, maar God was uw zielservaring, en werd toegejuicht, dat van
sombere nevelen gehuld,
wat
nu, dat later vloeken van
eerst
van wat eerst niet geoordeeld werd,
immers het voldingend bewijs voor wat ons David psalmvers
toezingt,
we
dat
betrekkelijk
minst
in
is
dit
onze afdolingen niet verstaan, en
ons onzer zonden niet bewust de
verle-
alle zelfbehagen, ja het
wegzinken
achter u, zij
uw jeugd,
opgeklaard bewustzijn geoordeeld, en ook in het he-
den Heer door het opleven van
tot
ik
waarin dat verleden zich aan u voordeed.
was daar
uw
voor
mij nu schaam." Eerst
ik
kwaamt, hoe kariger het
ge
duisternis werd,
Eindelijk
dien blik op
bij
»Wat vreugd had
allengs hebt ge er donkere stippen in ontdekt
licht,
hoe verder de
en God geklaagd:
uzelven
81
zijn.
onreine,
Daarom
het
heeft de vroomste,
scherpste
schuldgevoel
daarom acht hij, die vergelijkelijk de beste is, ieder ander uitnemender dan zich zelven. Dan zien anderen hem voor heilig aan, maar zichzelven is hij als de ergste aller zondaren ontdekt, niet juist omdat hij het diepst zich zelf verlaagde, het meest zich zelf verdierlijkt heeft, maar omdat hij dieper blik dan die anderen in de diepten der zonde leerde slaan.
We drukt
verstaan dus de verte onzer afdoling niet, ja sterker nog
de
psalmist
zich
uit,
uit het diepst zijner ziele:
ken
is
dus
onmogelijk!
wordt ons het heldere
wie zou ze verstaan? klaagt
»wie zou ze verstaan,
Zij toch is het, die,
sluipt,
begint met
waar
de vrijheid
te
ze het
hij
ze teken-
Immers reeds door de zonde
inzicht in onze schuld
men.
—
zelve,
en zonde beno-
menschenhart binnen-
smoren, den wil aan banden 6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's