Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 237

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 237

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

GODSDIENST

Rome

aan

zich

midden Rome

ontworsteld hebben, dan

bij

macht

de

met

nog

237

ZEDELIJKHEID.

hooger het zedelijk leven

gedoopte werelddeelen, die

EN

ongebroken

volkeren,

bij

hen,

wier

in

scepter

der

zelfverwijt,

hoe

werkheiligheid zwaait.

Maar hoe dan het schuldbesef, hoe dan het de aanklacht des gewetens

dan gen, tot

redden, zoo hoor ik u vra-

de wortel des zedehjken levens dan zóó diep in God,

als

grond der eeuwige verkiezing moet

grondeloozen

den

in

te

gezocht worden'? Waartoe dan nog ons trachten en ons pogen,

tegenwerpen,

wilt ge mij

zoo

het

gij

den'?

dan

Sluit

als

niet

ook dat »Ik

ten

'?

maken, dat gel-

het een het ander voor ons denken

uit,

en moet dan voor zulk een geloof niet

daar

zal

Heeren aan ons hart moet

als belofte des

doet",

alle

schuldbesef zwich-

uw denken afgaat, zeer zeker, M. H., maar kom ik dan ook met al den ernst mijner ziel tegen ge uw denken het recht zoudt gunnen, om de vraag, dan niet bestaat, te beslissen. Wat anders dan glimZoo ge op

juist

op,

dat

wat

al

lachen

een

zoudt

zeevisch

ge

om

den oningewijde,

die,

het geraamte van

den steen van den bergrug vond ingeweven,

in

en nu hoogwijs beslissen wilde, dat het geen zeedier kon visch wel in de groote wateren,

de

wijl

gewand der bergen maken,

ons den,

uit

wilden,

zoo

denken

zijn

samenhang,

Staat

gebed,

zoo

dat

het

vast,

geen

niet in

zedehjken

het er

is,

de

taak

is

gelijk

we

aanbidding

God de bron levens,

zijn

nu eenmaal vindend

Neen, niet alzoo, M. H. eigen taak,

Niet wat er

eigen grenzen.

erkennen,

zijn

niet rijmt.

van uwen geest

elk zintuig

nen

het schuldbesef

in

God gehouwen, mensch, dat schuldbesef loochenen wijl, van God af te hangen, en toch schuld te gevoe-

len voor ons

te

zijn,

niet in het in-

Welnu, even belachelijk zouden wij

leeft.

we,

maar

is,

weg

maar ook

maar nemen in

te cijferen,

en voorts hei waar

waartoe

Voor

elk bin-

te

God uw denken

riep.

vonden, dat er geen geloof en geen

en zelfverloochening zich openbaart, ligt,

waaruit de wateren vloeien des

en zal het ons straks evenzeer blijken,

dat het schuldbesef niet wijkt,

maar

juist

snijdender en dieper

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 237

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's