Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 145

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 145

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

!

DE TROOST DER EEUWIGE VERKIEZING.

gegrepen,

is

dienen want Ik heb

Mij

zult

gij

En dan o dan leeft Gods arm haar ruimte maakt:

Mijn knecht."

zijt

het of

dan

ze

treedt

!

!

waterstroom

door

Dan

schrikdal der verdrukking.

om

want

roept

Christus

en

u gezegd, Gij

tot

weer op, dan

ziel

eer stout dan zwak,

zee,

door het

ja

ijslijk

verblijdt ze zich in het lijden,

en

dan,

ze

de

145

ze ervaart

hoe

juist in

meer afgescheiden en dus in voller heerlijkheid getoond wordt. Dan heft ze zich fier tegen die wereld op en roept met een heilig lachen haar toe Kom smelting

die

Christus

de

haar

:

Nu

nu, o, wereld, en laat ons strijden.

Nu

gij.

ben

ik

machtiger dan

ge wel op mij aandringen, maar niet mij verVan God gegrepen, sta ik gegrond op den eeuwigen Neen nu ontlokt ge aan mijn lippen geen klacht,

kunt

dringen. Rotssteen.

aan mijn oog geen tranen meer, nu zult ge mijn

zweet niet meer uitpersen, veeleer

wat

in

mij

Zegt

het

weg

uw

striemen en

wie

is

uw

Want nog

is

hart

dat

dom

wreeder alles

niet.

smaad en

het hart, dan druk en

voor

zouden we nog heen worstelen, zoo maar

ons niet begaf, en

zelf

is hard, maar toch 0! ge weet het wel,

de vervolging der wereld

ja,

Door dat

kruis.

spot

die het leven kent, en dien nood-

er,

brengt ons nog het bangste lijden

daar

het angst-

insloeg die naar de bron van eeuwige vertroosting

nooit

geleidt? v.c

bij

mij,

is

ziel

juich ik thans en jubelt al

bij

de schrede

in het heilig-

voor het minst onze voet nooit wankelde. Maar neen, ook

daar binnen worden

wegzinken.

kens

we

en wordt het donker

hoe de

ziel

in

de

het

Als

we

het

nogtans

het

is

altijd

O! de wereld weet het

ziel.

nedergeworpen,

en toch niets dan den dood

leven,

Woord met

geestdrift

inwendig

hart

uitglijden, tel-

pakken ook daar de wolken saam

in ons gedurig ligt

van

Het

bestookt.

Gedurig

door

en zich zelf afvraagt, of het dat

in

als

niet,

we spreken

ons gevoelen.

op de lippen nemen, en twijfel

Woord wel

bestormd gelooft.

wordt

Dat

is

de

bangste verzoeking, Gel., als die jammerlijke geest van dof- en en

dorheid

het hart, slaapt

:

over

ons

wordt

uitgegoten

maar niemand hoort en

als het

is

of

we geen

het

is

:

als

we kloppen aan

of alles binnen in ons

gevoel en geen geloof meer hadden

10

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's