Twaalftal leerredenen - pagina 172
(eerste en tweede zestal)
!
172
RUST DER
hoe
ziet,
ZIEL BIJ
de schouders zetten willen onder een arbeid, waar-
zij
toe de uiterste spanning van
dat
DE ONRUST DER TIJDEN.
alleen
in
Gods ontferming noodig
bleek, ja
het bloed Zijns Zoons kon gesticht worden,
—
neen, dan lacht ze niet met dat onzinnig streven, dan kan ze den dorst die daar in
maar niettemin dan De liefde voor God moet het eerst en en daarom weet ze geen einde voor den
spreekt zelfs toejuichen,
ze zich verzetten.
blijft
hoogst gebod blijven,
krijg onder menschen, zoo lang de zonde,
nog
krijg tegen
de.
God,
bestaat.
En
vraagt ge, of dan nu de gemeente des Heeren de handen
slap
hangen,
laat
Neen,
om
als
maar
Gel.,
zich
aan dien gruwel
God ook
als het
erkend, belijdt ze met heilige vreugde:
machtig
is
den oorlog
de spies aan twee
Ook
te
te
God dan ook
te
te
verbreken,
verbranden met vuur. r
Heeren volk wil vrede, maar vrede door een machtdaad
's
en daarom heft
Gods,
»dat die
doen ophouden, den boog
slaan, en de wagens
gewennen.
te
«verwoesting" heeft
die
in
het,
te
midden van Gods oordeelen, de
God der
biddende handen
naar
ontfermingen,
onzen jammer aan, en neem den Engel der
zie
den hooge
op, roepende: o!
verschrikking van ons »Ik doe het kwaad",
de
Want,
Heer.
neen,
de arme menschheid niet
haar
in
zijn
maar ook
» Ik
maak
den vrede", spreekt
nooit zou er een ure van vrede voor
zijn,
zoo
God den
vrede, die van nature
kan, niet als een wonder Zijner genade te
midden van haar woelen wrocht.
wat hartstocht in dat oog, wat wat eindeloos begeeren in die
Zie slechts
om
u en vraag
ijverzucht in die gelaatstrekken, taal des
harten spreekt, en im-
mers, ge gevoelt het, aan zich zelve overgelaten, zou die menschheid
zich
zelve
verteren, en als in wilde furie losgelaten een
vernieling voor zich zelve zijn.
Maar
nu,
nu
er een
God
leeft,
die dat begeeren intoomen, dien hartstocht beteugelen kan, blijft,
nu
dan ook
daarom Hij de
leeft
ze,
nu
bloeit ze op.
nu weer, een stroom van dien hartstocht vertwijfelt
de gemeente des Heeren
God der ontfermingen, en
nu
En wordt dan soms, wierd
Hij,
niet,
losgelaten,
want nog
blijft
die de volkeren tot vrede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's