Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 228

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 228

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

228

GODSDIENST

En

toch

aarzel

bedienaar

als

planting

met

wat

godsdienst

de

geen oogenblik

dien strijd onverholen,

in

hen

volle borst tegen

van

bloesems

lijke

ZEDELIJKHEID.

Woords, vóór den godsdienst

des

met

zen, en mij

ik.

EN

den

godsdienst

die der zedelijkheid

zij

willen

die de

gelijk

heer-

afknotten tot zijn

gemaakt. Ziet toch,

vrucht moet uitdrijven,

als

partij te kie-

te stellen,

is

niet slechts

maar iets veel hoogers. Van daar dat, ook niet met één enkel woord zelfs, in de Schrift van «zedelijkheid" sprake is, en het woord »deugd" er uiterst zelden voorkomt, zedelijkheid,

dan

en

nog

gansch anderen

in

gangbaar

in het leven

uw

Neen, laat

want dat

is

het

niemand

waarvan

denkbeelden,

dan waarin het voor ons

worden, M. H., zedelijkheid

ziele niet verleid

en „heiligheid"

zin,

is.

woord der

Schrift

beweren mag,

dat

zijn

ze

ei-

kanderen dekken.

Wie van

«zedelijkheid" spreekt, denkt uitsluitend aan de be-

van

trekkingen

dit

met uw

menleven

uw

verkort,

leven

neemt u

;

gevormd

die zich op aarde

als lid der maatschappij,

heeft; en bedoelt een zoodanig sa-

medemenschen, dat ge niemand's rechten inbindt en u door het beginsel der

hartstochten

liefde laat leiden.

Zóó

de zedelijkheid, maar hoe geheel anders, niet waar

„heiligheid"

die

bij

u

bij

God,

voor

clan

uw

waartoe

godsdienst u roept.

'?

Stelt ge

de ringmuur, die deze aarde van het

valt

heelal houdt afgesloten, en breidt het rijk des aardschen levens

van

zich

een als

zelf

sprake,

dienst

eindig die

maar

te

het

in

der hemelen

rijk

dan moogt ge u zelven

wezen,

maar

breidt

klimt

hij

levens

Nu nog

van gods-

nemen

als

hebt, niet slechts met uwe medemenschen, met den Hoogheiligen God, en voorts met alle

zich

daarmee in

veel

doet

de

om

wijder

sferen hij

plichtsvervulling

in

is,

de majesteit Zijns troons.

zedelijke eisch oneindig hooger,

wat

eerst zedelijk heeten, die rijk.

er

doen

allereerst

zelf

Is

als geschapen voor een eeuwigheid,

heirschaar der geesten, die jubelen

Van

uit.

niet langer

uit.

zijn

Nu

toch

mag

hij

moet, in dat eeuwig

den kring des aardschen

slechts een stukske af van die oneindige verplich-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 228

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's