Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 17

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 17

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

NABIJ GOD TE ZIJN.

voegen uwer

al

terugdeinzen,

onreine

moet

uw

krankheid.

dat

durven we

maar

zenden,

te

En

dat

is

niet,

naderen willen,

uw misvormd het

gelaat, niet

juist,

waarvoor

een enkele min

ja,

wagen we soms naar den Heer

schuldige gevoelsbeweging, die uit

Hem

tot

hart, een kleurlooze gedachte, een on-

van ons

uiting

gij

schande, met

ontdekte

uw wonden,

al

we

dringt,

ziel

uw

met

gij

17

zelf

gaan,

naar

zelf

poorten

die

des

gelaat,

met ons verwond met ons onoogelijk wezen, neen, dat schuwen we en

mijden

we, schier ons

Hemels

de

in

we van Hem,

willen

waan,

En nu in

om

maar

in

in

den bedrie-

niet zien zou, zoo

afwendt.

te

schuiven van voor des Heeren aan-

ook

Gods

oog

een

te verschijnen,

genezen

de zucht

die

Heeren oog

daar kan een heilige schuwheid liggen

het,

ligt

in

de hoogmoed van ons hart,

rol

spelen en niet in onze

te

er ligt

ook

het gebrek aan geloof,

in

Gods barmhartigheid, en

alsof niet juist

den

levens, achter het gor-

en met al onze wonden voor het oog des Almach-

naaktheid tigen

des

toch er

voor

zelfs

ons

om weg

dien drang,

gezicht,

geboomte des

Hem maar

weet

ik

!

Vluchten veel eer

en als de struis, die vlucht voor zijn ver-

alsof

van

zich ons oog

onbewust.

wereld ons gelaat verbergen,

dijn der zichtbare

gelijken

afdalen,

ziel

zelf dies

het

zoo achter

volgers,

onzer

diepten

om

zij

alleen, al die

bedekken kon,

die naaktheid

en

ons zelven die wreede verbrijzeling

ons hart zoo bitter ervaart, als

we

zelf al

won-

er ligt

ook

sparen,

te

onze zonden op

den Zoon van Gods liefde moeten werpen, om door de liefde van dien Zoon van onze zonden te worden gered. Neen, een jammer van eeuwen getuigt het ons, dat was den

armen zondaar wilden

we

te veel

daartoe ontzonk ons de

:

in eigen kracht dien

weg

moed

:

ook

al

ten leven op, de knieën

zouden ons knikken en onze enkels slap worden, eer nog een enkele schrede was gezet. Maar wat zou u dat vreeze aanjagen Gel.,

gij

Immers vleesch

die

den

God

zelf

geworden,

naam van is

en

in in

Hem den

Christus

weet aan

te

u voorgekomen: het

roepen'?

Woord

is

Christus treedt Zijn omsluierd

2

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 17

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's