Twaalftal leerredenen - pagina 168
(eerste en tweede zestal)
.
168
RUST DER ZIEL
DE ONRUST DER TIJDEN.
BIJ
men
ren des Heeren ontkend. Als
machtige
heirscharen
machtige
hemel"
rijken,
door door
als
getroffen,
een
men
Oud verbond van
las in het
Engel
een
Gods ontwapend, van
«donderslag
bij
onbewolkten
van de zonde,
sprak
als van een ontbindend en vernielend beginsel, dat land en volk ten verderve
moest
— hoe
leiden,
hoofd, en ach
en
ongeloovig schudde dan de wereld niet het
men
lachend ging
!
levensvreugde
zijn
voor
als
Europa's
voort de weelde te verfijnen
Aan een
verzekeren.
te
volkeren,
meer gedacht. Maar nu, hoe geheel
Belzazar's nacht
werd door de mannen onzer eeuw
niet
geworden?
Ach!
slechts
anders
deze dingen thans niet
zijn
maand
een
verliep,
en immers, wat
vroeger slechts op den kansel geduld werd, thans kunt in
uwe dagbladen
werd
lezen.
thans
bespot,
en die mannen,
die,
uitgezonden,
zijn
verwart.
Wat
zelfs
zweeft het den spotter zelf op de lippen,
om
kondschap
doen, naar het slagveld
te
spreken zelven van een raadsel, dat hen
ze
Ze zeggen, dat het
dat hën verbijstert.
het
gij
anders in den boetprediker
als
Van een
een droom was, een mysterie
Belzazar's nacht in het hart van
Europa hebben de dagbladschrijvers zelven gewaagd, verpletterd door den indruk van wat hun oog had aanschouwd.
En dan en een
nu, vraagt ge, van wijl
de
Heer
gezegd heeft
stemme
stroomen
:
zelf
omkeer? Van waar anders, in het midden is getreden
ben ik"
gezegd
het gezegd heeft, niet
:
maar
wateren, het
die
plotseling
»Ziet hier
veler
bloeds:
waar
in een
in
stem van gansche
heeft zoo machtig en zoo luid,
zoo dieunend en doordringend, dat. alle volk het heeft gehoord
en lof!
én niet
zelfs
de
toegestopte ooren het moesten opvangen.
In verschrikking ja,
kwam
zij
kwam
week .... Ons werelddeel is dan nog God verlaten. Welaan Dies juicht men in Zion
het bang vermoeden
van zijnen
!
en verblijden Juda's dochteren zich en
God
de Heer, maar toch Hij
wie
spoedig
God het
vreest
oog,
in
de oordeelen des Heeren,
roept het den broeder toe:
bedekt het gelaat
schouwt de machtige daden,
die de
niet,
»Sluit niet te
maar komt en aan-
Heere heeft gewrocht."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's