Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 11

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 11

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

GOD TE

NABIJ

eenre

het

dan

wat Hij hout

het contrast toch te schreiend, en dan is den Heer ook van ons volk hoor zeggen, Jeremia van Israël klaagt: „de kinderen lezen het

soms

mij

hij

de

vraag

geen

kan:

onze

gehed

straten

.

.

en

een

stad

schitteren, ze

niet

Ook

!

al

ver-

niet

de smetstof

is

onze huizen en op

in

die kerk, ze als een licht

moest allen ten moeder

geworden

ze niet

den berg liggen,

zijn,

!

ja

wordt het

moest immers

als

op den kandelaar

om

aller kinderlijke

naar de Fonteine des levens.

richten

te

Gel.

een anderen Geest, wie, zoo

gelachzalen,

bovenal door Zijn kerk,

schreden

om

den Heer aangedaan

Verdriet

.

niet

op

f

onze vergaderingen en op onze leerstoelen,

in

werkplaatsen

onze

in

in

aan?

verdriet

aangedaan,

aan

dan de man, mijn huis althans doet men den Heere Ja, waar wordt den Heer geen verdriet

zich

zeggen

die

maken voor de Melèchet

ze verdriet

ademen in dien dampkring, dat menge in zijn bloed, en waar

zal

ik,

uw

Heer

onbewust

vuur aan en de vrouwen te

ons onszelven niet vrijpleiten

laat

de

het

geheelde koeken

maar Mij doen

des hemels,

hoorde

steken

vaders

om

kneden het deeg, Neen,

is

of ik

en

op,

1 1

en een getrouwe teekening van ons volksleven

legt,

zij

daarnevens,

ZIJN.

En

toch

is

een behaagzieke deerne, die moeder, die

als

meer omziet naar de kinderen, die ze baarde, ze aan heur met heur moederliefde, maar

borst niet zoogt, ze niet koestert

op

uitgaat

den weg der wereld,

om

eer-

en plichtvergeten

te

boeleeren met de wetenschap, haar hand in die des ongeloofs te

strengelen, en te spelen

mand buiten haar Wie dan, die

om

neigen

neem weg," pen,

het

en dat

oor

reeds

zij

met een schijngezag, waaraan

onwaardig schouwspel te

nie-

zelve allerminst gelooft. aanziet, zou niet

leenen aan hen, die het

voor

»neem weg,

lang over die kerk hebben uitgeroe-

niet luisteren willen

naar de orakelspreuken van dien

nieuwen godsdienst, dien men ons verkondigt, vooral waar zoovelen

hun

harer

hun adel van karakter, warmte van hun taal? Maar ach, dan teleurstelling, zoo ge gemeend hadt

priesters ons boeien door

zedelijken ernst en de

ook daar beidt u niets

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 11

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's