Twaalftal leerredenen - pagina 206
(eerste en tweede zestal)
206
DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.
Gods
Egypte
in
die
denk
nu, Israël
„Aanschouwt, houtven
holligheid
uw
l
hier
waaruit
in
lees
daarbij
Jesaia's
woord:
den Rotssteen waaruit gijlieden ge-
immers een nieuw
en
),
maar ook uitgraving,
oog die uitgeholde rotssteenen,
en
zag,
Israël!
en
zijn.
dan voor
o,
zijt"
de
Egypte
in
de Koningssteden, die
in
ja,
gedenkteekenen,
gehouwen
die rotsblokken
En
en
rotsgebergten
Egypte's
ginds
gezien:
beelden
reusachtige
gaat voor u op
licht
over die heilige beeldspraak, en ge verstaat het, hoe de Heer,
ónze
als
Rotssteen,
onze
allereerst
»\evensoorsprong
en
is,
hoe Mozes, die Egypte kende, jubelen kon „de Rotssteen, die
u
uit zijn lendenen hseft gegenereerd"
De Heere onze God dus de
Hem
2 ).
Rotssteen, uit wien ook
de kracht die u ten leven
gij
zijt
Geheel
uitgebroken.
Uit
uw
wezen,
heel
gehouwen
uit
den
rotsgrond van Zijn almachtig, alles-scheppend Woord,
—
en toch
dan
niet,
gij
aanzien, al
die het
Egypte's
uit
bergen,
het u vergaan, zóó ook
walgelijke
genereerde,
u
onkenbaar
en
afgescheurd,
geworden
en
waarom
anders,
Ziet, gelijk
de
van hun Rotssteen wegge-
zijt
misvormd werden, zóó van den Rotssteen, die
gij
ware menschenbeeld
het
is
tot
Ach,
vervreemd.
monsterbeelden
tot
ook u
beeldtenis
zijt!
zijt
ver
voerd, is
uw
u bewust
aan dien Rotssteen
wijl ge
blokken
uw
riep.
in
een monstergestalte verminkt.
Maar nogtans, ook zoo blijft Hij toch de Rotssteen, waaruit ge gehouwen zijt, Hij uw levensoorsprong, en al het heil dat u opwacht, wordt alleen daaruit verklaard. leven
is,
nood
de
waarlijk leven
wille, zijn.
—
Hem
zijt
Hem uw Hem alleen Omdat in Hem uw niet bestaat dan om Omdat
uit
kan door
worden vervuld. van
uw
kan
zijt,
en
leven in Zijn gemeenschap alleen
Juist
omdat ge van Gods geslachte
zijt,
ge zoo peilioos diep. Juist omdat ge aan zoo hoog ont-
vallen
met de
»)
hart
wijl ge
ligt,
Naams
zonkt
uw
van
oorsprong zijns
Hem genomen
wijl ge uit
waart,
moest de
zelfverlaging
Jesaia
51:1.
J)
heiligste verheffing zich in
der schande.
Deut. 32
:
18.
Uw
schuld,
uw
u mengen aanklacht,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's