Twaalftal leerredenen - pagina 209
(eerste en tweede zestal)
309
DE HEEKE ONZE ROTSSTEEN.
om
van de dingen
slechts
maar evenzeer van uw eigen
u heen,
leven? Immers, hoe velen ook de dagen der jaren uws levens ze zijn allen van u gegaan, niet één
zijn,
den
in
Tijdstroom
meer dan ge
dat
als
in
doorleefd, doorgezweefd
de
maar wat zijn
kop
stroom
zijn
wateren
weg
blijft
en
geen
ligt is
der
Hem
op
is
in
om u
den
voet,
Zoek
gij
en-
dan
weg
gij
wilt een
zelfs
worden,
Maar neen,
voort wiegelt ze u
af,
in
haar
voortgezweepte
in het hart,
om
de hand
te tasten, of
kan ....
u,
o,
zie
dan
»lk zal zijn, die Ik zijn
niet,
ook
zult
Hem
toekomst
nu,
zijt.
zoeken,
ontrukken
wentelt
Hij
zelf biedt Hij
in
den stroom voor u breken, die
die
is.
golven
te
weer
haar geen ruste,
ge dan, bezwijkend
naam.
Zijn
Er
de Rots der eeuwen.
Hij.
rustend in Zich zet
op de baren,
uitsteekt,
vastigheid
spel
En
O, laat van haar dan
als
uw
reeds
weten wat
te
vlak.
—
!
golven
die
om nu
straks
komen, een oogenblik u
om
u de levenszee
dobberend
dut
zal"
om
immers, of die stroom
het
nog genoten hebt.
die
waar.
en gejaagde!
daar
gij
bezinning
niet dat
daar
spreekt van het heden,
Gij
Ja,
zelfs vooruit drijft,
eer
voortsleurt
boven
durft.
duiken.
te
tot
op. haar
aan
ligt.
ook déze dag anders, dan een golfslag, die even
weten
oogenblik
is
Doorgedroomd,
meer dan doorgedacht, hebt Weggegleden is uw leven
boven de wateren opsteekt, doch
te spoelen,
te
gluren
diepte is
den
om
u
achter
dat
leven,
u trouw gebleven,
is
allen ontglipt.
een peilloozen afgrond, langs welks steilten ge nauwe-
in
lijks
u
ze
zijn
en wankelt
arme!
rust.
niet,
maar
En daarom
ge den eeuwigen grond onder
klemmen, dan vindt met uw schuld en zonde, maar ook met Zijn genadeblijk, uw heden, maar in Hem gegrond, uw toekomst, maar in Hem geborgen. Zoo God u maar
u
gevoelen. het
gij
ten
aan
weder
alles
Rotssteen
is,
:
o.
uw
hoeft
niet
ge,
waarheid die
vast te
verleden
wat deert u dan het rusteloos afvloeien
van den Tijdstroom? Immers,
Doch
u
slechts een
niet
meer u
maar ook een onwankelbare en recht. Niet waar? vooral
is
behoefte,
door
sleurt hij
eeuwigen grond voor
uw
vastigheid in
dan mee.
aanzijn bevoor wat
onze dagen wordt
elk die meeleeft, diep gevoeld.
Ziet toch,
14
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's