Twaalftal leerredenen - pagina 56
(eerste en tweede zestal)
56
CHRISTUS, DE BRON VAN ZEDELIJKE KRACHT.
mers, gelijk de klokhen moederliefde
trouw der
instinct bezit,
bij
de hond
van aard, en de leeuw grootmoedig van nature, zon-
is
we
dat
anders in hen bewonderen, dan de Almacht
iets
Gods, die ze aldus schiep, zóó ook
het in den mensch.
is
Wan-
neer ge een jonge vrouw, die vroeger niets dan zelfzucht toonde
—
en in niets dan ijdelheid behagen vond,
moeder geworden,
op eens een overvloeiende mate van zelfverloochening openbaren en in liefde voor haar kind zich zelve geheel vergeten
—
dan
immers
liefde toch
die
is
ziet,
niet vrij, niet zedelijk, niet
maar een onverzwakte natuurdrift, waarin niet haar ziel, maar alleen de grootheid van haar Schep-
heilig,
grootheid van
per
Welnu,
uitblinkt.
een
nature
zoo
behagelijke
wordt ze door opvoeding in
walg van
een
Zoo
toegeeft.
beminnelijke neiging,
versterkt, een zekere kracht ten
worden kan waar
den mensch
onbewust aan
ieders aard en inborst van
heeft
plooi,
is
van
hij
zelf
voor zwicht en
den een een aangeboren
er bij
den ander een
zinlijkheid of zucht naar netheid, bij
goedigheid
hart of behoefte aan arbeidzaamheid, die ook
van
van het levensbeginsel des harten een zeke-
zonder bekeering
ren glans aan het leven bijzetten en
aantrekkelijks hebben
iets
kan voor ons menschelijk gemoed. Maar van zulke
pen
een
bloeien
afstand
M.
H.
Immers zulke uitingen missen
waardij,
omdat
?
ze
gebonden en
bewustzijn
volbracht
meer
zelfbewustzijn
met
—
verkrijgen,
waarde
altijd betrekkelijk,
of wil men, tot hun waarmerk van eeuwige
zedelijke kracht
Het
God. len,
maar
zijn
die
is,
die
blijft
beperkt
toch
te
zedelijke
die
zedelijke
die enkele levensuiting,
tot
eigen levensfeer,
geldigheid
ook
maar zonder
ooit het
ontvangen, daar het een
werkt buiten bewuste gemeenschap met
dus afzonderlijke krachten, die zich ontwikkehet
menschelijk wezen
toon onveranderd laten. die uit
daar
zelf-
allengs vrij worden,
ze
werden en dus
volbracht
waarde
alle zedelijke
en dus niet met
niet vrij,
Of waar
zijn.
eigeiischap-
den wortel des levens, welk een
op
tot
...
die,
goede
in
zijn
aard en grond-
Krachten, wel goed in zich
den heiligen bodem
zijn
zelf,
maar
losgewoeld en dus slechts een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's