Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 88

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 88

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

88

SCHULDBESEF.

volgen

Christus,

op

niet

maar

elkander,

Dezelfde

zijn één.

onzichtbare hand, die het getimmerte der zonde op den bodem'

diepten

uwe

Heer

den

tot

te

gekomen

ziele

fundament voor den tempel

legt het

Reeds moet ge ten

Gods.

tot

wegruimt,

harten

onzes

is,

ontwaakt

leven

om

zijn

die

uit

kunnen roepen. Eerst als de Heer maakt Hij u die diepe en verborgene

dingen bekend. Natuurlijk

zonde

der

het geestelijk leven onder den kouden

als

verstijfd

waar de Geest Gods ziel

opwekt,

uw

is

wordt het gevoelloos en

is,

gevoels warmte weer in

cle

ziel

tot

dof,

uw

adem

en eerst

verkleumde

een zoo krachtig gevoelen, een zoo

diep beseffen in staat. Niet het verslapt en verstompt geweten,

dat

den

in

zondaar

maar

overbleef,

Geest weer verhelderd en verscherpt

kracht

en

fijnheid,

Alleen

de

Heilige

waar

onze

eerst

verheffen

van

en

om

ons

leven

Gods

Of

val.

dringt,

het onze

in

ons", begrijpt God, en

wilt ge, zoolang

verkleinen

ons,

dringt

om

juist

van Gods heiligheid

ons oog als door tegenstelling de diepte

we

Gods Geest ons nog

niet

de mate van Gods heiligheid

zelven te verschoonen, en eerst,

werd,

door Gods

werkt met die

zonden ons ontdekken kan.

»God

blik zich tot de hoogte

meet

kan,

onzen

drijft

dat

Geest, als

het

alleen

geweten,

waar

Zijn leven óns

zucht naar zelfbehoud zoowel als de eere

den glans Zijner heiligheid op het

schitte-

rendst te doen uitblinken.

Ach! hoe zou het anders? Dat kernachtig schuldgevoel voor den zondaar met zelfvernietiging volkomen

daar die

zijn

ware

zijn

eigen

nog

niet dooden,

ik,

wel werkelijk

ik

nog

zich zelven,

in

niet

gevonden

staat

en de zon-

heeft, neen, die durft

den valschen indringer

want wat zou hem dan

gelijk,

in zijn binnenste,

overblijven

?

Maar wie

Christus zijn beter ik gewon, ja die durft van

het graf van zijn hart het witte pleister wegschrappen, de graf-

deur openen, en het erkennen dat daar binnen niets dan doods-

beenderen

zijn.

Neen, gelooft mij, wie staande

kruis, die ontzettende

schap

met Christus

bij

Golgotha's

openbaring van Gods toorn, door gemeen-

sterven, niet over zich zelven heeft voelen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 88

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's