Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 260

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 260

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

HET ONBEWCST ADVENTSGEBED.

260

uw

al

streven,

uw bange

al

en

strijd

ook door u ontheiligd, hoe ook door

omgekeerd,

deel

in

openbaring, dat ge

uw

worstelen, hoe

zonde

in zijn tegen-

den diepsten grond niet anders dan een

God

niet missen kunt, en,

naar dien Messias,

bewust, een roepen

al

uw

zij

het ook on-

Wiens beeld

alleen

ls-

raëls profetie u teekent.

En daarom, hebt

er vrede

meê,

als ge in

Gel.,

Gods

huis,

dat lied van »het hijgend hert" ook door hen hoort aanheffen,

wier gedachte nog verre leugen

van

hart

het

van hun God.

hij,

Want

ja,

clan is er

zweeft een lach

dan

is

er toch

ook

die daar gedachteloos meezingt, hij heeft

toch ook een menschenhart, al

Maar

beantwoordt.

niet

want

waarheid,

is

roepen van de lippen, waaraan de bewustheid

dat

in

om

clat

schreit in zijn verborgen diepte,

de lippen

een menschenhart, dat gloeit

;

en verteerd wordt door een oneindige behoefte, en dus, zonder zelf het te weten, zoo sprakeloos welsprekend roept naar den levenden God. bij Israël ee n van den Ziener: „de Engel des Verwoord gebed, bonds aan denwelken gij lust hebt." Dat toch ook het Israël

in

Eindelijk,

dat

naar

het

engeren

profetie

zoeken der menschheid wordt

ook het uitspruitsel

zin,

onzen

van

tekst

vers zestien u voorlegt:

van het heilig zaad,

wordt toegesproken,

zie

de

in

het aan wat

»Alsdan spreken, die den Heere vree-

zen," en evenzoo aan het reeds straks besprokene uit het vol-

gend hoofdstuk: »Ulieden daarentegen, die Mijnen naam vreest." in dat Israël, in dat kleine kuddeke dat zijn Herder

Welnu vond,

in

dat

des Verbonds

schepsel

vroom geslacht, voor wien de Heer een Engel was geworden, is dat onbewuste roepen van het die klare uiting

tot

het gebed. Niet de profetie

is

gekomen, uit

Israël,

die zich lucht geeft in

maar

in Israël's hart

is

het eerst die heilige verteedering gekomen, die der profetie den

welbereiden akker aanbood, waarin haar planting zou ontluiken. Niet daarin heiliger

dan

is

die,

Israël

van de volkeren onderscheiden,

clat

het,

door uitdrijving van de krankheid der zonde,

nader aan Messias stond, maar daarin dat

het,

aan de bedwei-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 260

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's