Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 196

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 196

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

HET KRUIS VAN CHRISTUS HET LEVENSIDEAAL.

196

nen

En

?

toch,

wat daar

schande,

en

die

o

de

genietingen

laat

uw

uw

ontkent

zoo machteloos

belijdenis

in

maar

langer,

niet

gij

omhangen,

alleen

in dat kruis

van

het

in dat kruis

de

eer,

den roem,

nu, Gemeente,

is

het

Die uitwendige, die

zijt?

waarbij het omhuld,

zijn schrille

naaktheid voor

dan de kracht

die een

zijn,

Het kruis van verre toewuiven,

is

dat

gedachteloos van dat »vloekhout"

:

dat dan in dat kruis aan de wereld sterven en haar

is

uw

die geesteloosheid

hart? Voelt ge dan het gevaar

niet,

u blootstelt? Of kwamen ze u nooit

leden der gemeente van rechtzinnige belijdenis, die,

die

voor,

!

wegzinken

gekruisigd hebben aan

waaraan

gezongen hadt, óf

kruis,

de ure des gebeds,

wereld zal wederbaren

zingen,

.

weggezet wordt in een vergeten hoek,

ja,

zielsoog te ontblooten, zou dat

dan

.

wereld, haar lauweren en haar loon? Gij

der

schuld

oppervlakkige

om uw

waarvan ge

eigen herinnering getuigen

dan wonder, dat bedekt,

.

de zelf-vernietiging, de zachtmoedigheid, dien smaad

brijzeling,

!

nu voorts in het leven, wat hebt ge daar groot, wat daar schitterend geacht ? de ver-

begeerlijk,

stond het aan hen, wel een ieder tot die rechtzinnige besnijding

dwingen zouden, en

die toch dat kruis

van Christus voor niet anders

gebruiken, dan voor een steunsel ter zelfverheffing, een oorzaak

voor hun hoogmoed, ja die het kruis van Christus

slaan

te

een

nemen durven

den Zone Gods, met de doornen hunner geveinsdheid op het bebloede hoofd Neen niet de ^snijding van

om Hem,

!

énkel

vermaak,

maar

van geheel

a/snijding

uw

zondige

natuur, wordt door dat kruis u geboden. En daarom voelt ge uw schuld, Gel., erkent ge, dat ge wel soms het kruis geëerd,

maar meest toch een grootheid begeerd

uw

dus

en

en

dood, klaart,

maar

nietig,

o!

hebt, die het vloekt,

hart hebt laten uitgaan, naar wat dat kruis voor

voor

bekeer' u

onwaar, dan,

onwettig

weet dat

alleen het nieuwe schepsel voor

en onwerkelijk ver-

niet de

God

nieuwe

schijn,

zal gelden, en zoek

zóó door Gods genade in dat kruis verteerd te worden, dat ge u-zelven geheel voelt wegzinken, maar Hem voelt opstaan in u.

En Ziet

vraagt Gel.,

ge ten

slotte,

de mensch had

waar dan het nieuwe

altijd

schepsel is?

vreugd en deugd ook

in

deze

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's