Revisie der revisie-legende - pagina 38
»PUBLYCK epistel" AAN DR.
36
Eü wat my
J.
was de ervaring, dat het onder
vooral hinderde,
hierbij
VAN TOORENENBBRGEN.
J.
als men iets minder; maar men het ongeluk had van nog iets meer te uw type was.
u er noo- even door kon
er nooit
bijaldien
gelooven, dan eisch
van dit
Geloofde iemand van de Heilige Schrift darischen inhoud
men
liet
in
door kou,
dat er verhalen van legen-
b. v.,
voorkwamen, uu, dan was dat wel bedenkelijk, maar
zoo iemaud toch door.
Maar had iemand de onvoorzichtigheid om iets meer, iets krasser, volop aan te nemen dan onder de uwen gangbaar was, dan iets meer Zulk een verwees
geen pardon.
Een tweede
hindernis was
men naar
mij het
de nachtschool.
volslagen ontbreken
Het was alles Duitsch of Fransch. minde men minder.
En
uw
in
van de nationale levensgedachte, die eens onze kerk bezield
kring
liad.
Het Engelsche of Amerikaausche
Duitsch niet alleen naar vorm, maar ook naar inhoud.
Een Luthersche levensopvatting
een nuchter Zwingliaansch kader.
in
Vandaar dat gemis aan karakter, aan tint, aan nerf in uw moderne orthodoxie. Gladhout meubelstukken, met het gekorven eikenhout uit vroeger eeuwen, geen oogenblik
voor vergelijking bestand.
zelfs,
Maar het zwaarst wegende lag toch een beslist anti-modernisme vond
,
hierin
,
dat ik in
uw
kringen wel
met de uitwendige quaestiën
dat
zich
bezig hield, van wonderen en der boeken echtheid en het voorwerpelijke dat
in
geboden
persoon
Christi
was,
maar dat de
om
Bunyan,
het
nu zoo eens uit te drukken, er ontbrak. Er was wel mystiek; er was wel ernst; er was wel zin tot vermanen, maar »de genadige wegen, die God met een meusch houdt,^' en de weg
—
zie, die stond menschen ziel op de erve des heils langs komt, maar met een potloodstreep zeer vagelijk aangeduid, en onder elkander hoorde ik uwe geleerde vrienden daar schier nooit van reppen. Men versta dit niet mis; en wyl het een zoo teeder punt raakt, stel
dien eens
meest
er prijs op,
ik
Er worde
mijn bedoeling tegen misverstand
niet
mijn
uit
zeggen afgeleid,
dat
te
vrywaren.
ik de
mannen
uit
uw
kring verdenk of aanklaag, van minder op heiligheid des levens en een
ü
Verre van mij daarin boven
te verhef-
leven des gebeds te
dringen.
fen,
mijn eigen geringheid en zwakheid voor God.
belijd ik liever
Maar wat ziel
ik
bedoel
is
dit,
dat
mi de wedergeboorte tot aan
vond,
en de stand der
ziel
in
de zijn
geschiedenis
van
menschen
eens
sterven geen plaats in
het genadewerk geen plaats
uw in
theorie
uwe ge-
sprekken.
Ook
liier
reformeerde
weer echt Luthersch; maar niet naar den trant onzer Gevaderen,
voor wie
het objectieve
heilsgoed
eenmaal
vast-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's