Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 34

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 34

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

34

BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.

hun maagschap, om van alles beroofd als ballingen in den vreemde om te zwerven. Niet binnenslands, maar in den vreemde buiten moet ge dus onze Hervormde vaderen in die dagen zoeken niet in Holland's steden tierde ze, maar buiten onze grenzen moest onze Hervormde kerk als balling omzwerven, een duive gelijk, die zweeft en fladdert boven de wateren, maar geen ruste vindt uitgaande uit huns vaders huis, uitgaande

uit

;

voor het hol van haren voet.

Maar

ook toen reeds voelden onze vaderen zoo diep,

toch,

dat een Christen niet op zichzelven

deren

waar

nog

buiten,

te

een

er

leeft,

maar

zich aan broe-

kerk van Christus

eer de vrijheid

zijn

moet,

dat ze nog zwervende

herwonnen, en een deur

in

land hun geopend was, het bestek dier kerk poog-

goede

den

dat

naam wordt aangeroepen,

Zijn

daar dit

en

aansluit,

ontwerpen, die eens dat land ten zegen zou

zijn.

Daar-

hun samenkomst voor nu 300 jaren binnen Wezel's En, neen, daar was het geen verbijten en opeten van

toe strekte

muren.

geen

elkander,

om

strijd

de vooraanzitting noch een woelen

was het geen splinterachtig haarkloven noch wiens meening boven zou drijven. O, onze vaderen

der eerzucht, daar strijd,

binnen

Wezel's

van mannen door niet

eenzelfde

hun

heerlijk

muren, ze geven ons het

des geloofs, die biddende

schouwspel

schouwspel

één door eenzelfden drang des geloofs,

lijden,

maar de

eer,

heerlijk

samen komen, om één

eer

huns Konings

mannen,

van

koen

te

van

zoeken,

het

beleid, in ijver

moed,— van mannen, die nu hunner kerk ontwierpen, maar straks om zelven het fondament dier kerk te

vaardig, en onverschrokken van

met de pen bereid

het bestek

zouden

blijken,

hun martelaarsbloed. wie is er dan in ons midbeschaamd en schaamrood te worden

plaveien door het vergieten van Ziet op

hen

Gel. en zegt het mij,

den, die niet zelf belijdt, bij

niet

die

zulk een aanblik?

vreesachtig

mannen

bij

Wie

voelt zich niet klein bij die helden,

die martelaars, niet ongeloovig schier bij

des geloofs?

Op wien werpen

voor wien zijn ze geen aanklacht, wien zou

ze geen 't

schaduw,

hart niet opleven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 34

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's