Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 161

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 161

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

RUST DER ZIEL

BIJ

DE ONRUST DER

f61

TIJDEN'.

II.

Maar

al gevoelt

wijken, nog

worsteling

blijft

voor

beoorloogt huldigt

een

dat

een

en

meer

land,

nog

plaagt.

Niet

leven

opnemen

u,

bet eekenis die

z.

God

zij

geen volk

een andere belijdenis

het

wijl

D. w.

uit.

wijs vereert.

En

weet

al

ik,

edeler drijfveer verraadt,

altijd

dan een oorlog, waartoe haat bezielde,

roof,

met

ik

Wat

het Godsrijk heeft?

hebben

God op andere

om

krijg

maar toch die ginselen, maar

dat die belijdenis-oorlog de volken niet

alsof dat bloed

strijd trof

om

niet zou vergoten zijn,

geen doel. Niet de belijdenis der be-

alleen die beginselen zelf zijn een strijd op dood waard. Immers die belijdenis kan nog geveinsd, het

woorden

dier

Gods

eere

naburig

zijn

dank

de verschrikking voor haar zelve

van

religie

godsdienstoorlog

dan een toch

ziel

strijd

den-

De oorlogen om de

lof!

en

dan de

ze onrustig bij de vraag:

en

van

onwaarachtig

Zijn

waarheid

zijn,

en dusdoende de

misbruikt worden

tot een bedekking der heerschzucht en een voorwendsel voor den haat.

Maar niemand woeden van den

leide daaruit af, dat thans

de religie in het

meer meespreekt. Ik zou zeggen: slechts medelijden kan men hebben met de oppervlakkigheid eener wereld, die waant, dat waar God zulk eene vernieling gedoogt, de diepste beginselen buiten spel kunnen blijven, en krijg niet

niets

hoogers

ijver,

wiens

krijgeren

het

digst,

wiens

wapenen

het

dan beklagen, ding,

die

tot

dat bloedbad de volkeren

bid ik u, zal

scherpst

men

zijn

der

niet

anders

zulk een reuzenstrijd doorleven kan en er de oplos-

en scheikunde,

veldheerskunst.

in

Gods woord, maar

in

de stellingen der regeer- en regelen

Arme

natiƫn! ze roepen tot

nood en toch achten ze Zijn waarheid

Hem

Wat

gewet.

een zoo schromelijke verblin-

sing van zoekt, niet in de gegevens van

natuur-

dan een wed-

drijft,

koenst, wiens legerhoofd het vaar-

er buiten

God

in

den

gelegen.

Van

vragen ze de zegepraal hunner wapenen, en ze letten op de zegepraal van Zijn Rijk!

Maar de gemeente des Heeren wordt daardoor

niet misleid.

11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's