Twaalftal leerredenen - pagina 147
(eerste en tweede zestal)
DE TROOST DER EEUWIGE VERKIEZING.
dat die bergen werden opgenomen,
En De
meer waart. den Eeuwige uit. niet
roept
Hij
u.
.
.
stem roept zeg
Mijn
O zeg
niet
uw
uw
een werk
te
doen. Zijn
is
uw
zoeken dus
aan de poorte des hemels.
der
hut
ge-
en neen,
Gel.,
mijn broeder, mijne zuster! »voor mij
ijdel,
Hij
zijt.
heb u
Ik
u,
Wees
in Mijn huis!"
hart,
dus
Zijn geroepenen
de
hij
voor mij dus buiten hope."
heil,
U
u roept de Ontfermer.
kind van Mijn welbehagen.
wegen Gods voorzeggen, wie uit
Ja,
.
dan nedervallen en aanbidden
uw
gebed
kloppen
.
woord doet u opstaan. »In uwen bloede,
eeuwig
ons
in
dus geen dat
.
roepen van
aller dingen,
het wachtwoord Zijner ontferming, en tot
het
kind,
laat
!
bedekken, dat ge
God en Schepper
groote
Voor u heeft
dat is
Woon
grepen.
te
ellendige! roept Hij Die het alles schiep:
en
verlorene gij
en
leef"
Ik:
u
toch, hoor, daar gaat een
arme ?
Mij
.
heeft Hij van noode.
om
147
u
neemt
armen.
Neen, klaag
om
niet,
Wie
onzer kan de
verzekeren, dat niet ze van
niet,
vergeefsch
van
gij
den troon zoowel
als
roept ze van de moederschoot,
Hij
maar openbaart zich ook soms eerst op het sterfbed aan de Een Samuel van der jeugd aan, maar ook een moorZijnen. denaar aan het kruishout, kort voor den jongsten snik, dus is Zijn doen vol Majesteit, ... en wie zijt gij dan, dat ge nu reeds den Heer Zijn weg beperken, nu reeds bepalen woudt, dat
uw
ziel
ge
dat
er
is,
en dat
we het
;;
nooit door Zijn handgreep wordt bereikt ? En zegt dan toch ook een verwerping, ook een verstokking Ik heb u gegrepen" niet voor allen geldt. M. H. .
.
buigen ons voor dat diep geheimnis eerbiedig neder, maar
kan
ons
onzen
troost niet rooven.
Want
dit staat vast,
—
die niet geroepen zijn, gelooven ook
aan geen uitverkiezing, met de lippen misschien, maar niet met het hart en wie
—
het niet gelooft, dien kan het niet beangstigen.
den
blinde
verschrikken,
niet
reeds door dat licht ontsloten
pen
wouclt
eeuwig
»dus
verloren,"
is
o!
er voor mij
zoo
Het
licht
kan
maar hem alleen, wiens oog werd. En daarom, zoo ge roe-
ge
geen hope, dus ben
dat
niet
maar
zegt,
ik
maar
voor die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's