Twaalftal leerredenen - pagina 44
(eerste en tweede zestal)
44
BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.
gebouw onzer kerk ineen, al werd onze kerk uitgeroeid, werd waarlijk aan haar het oordeel voltrokken, dat door zoovelen reeds wordt geducht. Ook elders zou men u zulke grijze bouwvallen kunnen aanwijzen, die u niet anders te zeghet
en
al
dan
gen hebben, Christus
heeft
voorheen
dat
gebloeid.
Neen
die landen een kerk van
in
waarlijk, er zal ten onzent een
moeten gezien worden, dat nu nog in geen menschenopgeklommen, of weg gaat ze, de kerk onzer vaderen, eenerzijds Rome al meer het verloren erf te doen herwin-
teeken hart
om
is
•
nen, en andererzijds een machtig deel onzer volksgenooten, ik
maar
zeg niet tot Heidenen te maken, te
nopen dat
Om
zelven tot de erkenning
weer een deel der heidenwereld
ze
zoo ge wel waarlijk die afwending van
den,
Vergeet het kerk
zoo
is
uw God
voorteekening van het droeve
haar omgehangen,
ik
men
gekneld
thans
zelve,
haar
haar
lot
zou
lief
om
en vaderland,
bouwvallen
haar
nog
kleven
ook over haar
is
er
zijn
Gel.
mocht,
of
ja juist
roepen
:
Er
gebroken,
is
en
—
nog redding, bij
!
altijd
om
lief die
—
kerk
hebt ge
uw
der wille van
al
bovenal o,
volk
tot
al
te
een
ontbinden
Voor haar dan gebeden,
om den zegen om Hem, Wiens naam
waakt dan op
of er
in
den ge-
nog uitkomst voor haar
de blijde teekenen waarop ik zelf u blijf ik
de ure des gevaars
maar
vormengeloof haar haar voor
lief
misschien daarom,
nood
neen maar
ze lief die kerk
blijft:
uitgeroepen,
— want
wees,
dat gedie kerk,
het bloed der vaderen, dat ook aan haar
dien ze nog brengen kan, ja
bede,
—
houdt,
dan ook op mag treden,
ze
zelfs wille, lief
om
lief
zijn, lief,
zeg niet het keurslijf van vormen, waarin
welken vorm
in
dier
gewaad van oude snede door onze vaderen
zeg niet het
ik
gebe-
met het leven
heel ons volksbestaan bedreigde. Hebt ge ze dus
—
!
begeert.
saamgeweven, dat haar volkomen ontbinding
innig
de
slechts
het leven van ons volk
niet,
zijn.
van dien jammer dan gebeden, Gel.
afwending
u zoo met ernst toeis
voor
uw
kerk aan-
is
het te duchten dat of het
mummie
balsemen, of het ongeloof
zeer
zal.
Gel.
!
gij,
die
nog aan redding voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's