Revisie der revisie-legende - pagina 69
EEFERAAT OVER DE BELIJDENIS.
67
de kerk als instituut zoo straks reeds waarop hij in de derde plaats wijst, is slechts het oordeel van een Lutheraan uit onze dagen, en is dus als historisch argument niet bedoeld. Hetzelfde geldt van de verwijzing naar Doop en Avondmaal, als de symbolen onzes Heeren. Alsmede eindelijk van een beroep op wat vroeger door hem zelven, in zijn uitnemende Bijdragen geschreven werd. Andere argumenten vond ik in het desbetreffend betoog van bladzij 30 zijner inleiding af niet. Met het oog op de zeldzame historiekennis van hem, die deze inleiding schreef, meen ik dus, bij zoo pover resultaat, als waarvoor hij staan bleef, van verdere bestrijding zijner bewering te kunnen afzien. regel
van
den consensus,
Het
verklaard.
citaat
en
van
voor
is
Sartorius,
Mijn voorlaatste stelling eindelijk komt op tegen de benaming van Apocryfen van Dordt gegeven. Staat 't toch vast, dat de apocryfe boeken der Schrift slechts aan den buitensten zoom van de ontwikkeling der openbaring staan, en dus op een afsluiting van die ontwikkeling wijzen, dan acht ik het min juist, van symbolische apocryfen te spreken, waardoor de dus betitelde leerontwikkeling zouden geplaatst schriften buiten de energie van de zijn, en de leerontwikkeling der kerk als gesloten worden beschouwd. De uitdrukking van paraphrase scheen mij daarom de voorkeur te verdienen, wijl ze niet door deze bezwaren gedrukt wordt, en geheel de signatuur weergeeft, die deze leerregels van de Synode zelve ontvingen. Zij toch noemde ze uberior explicatio aliquot articulorniii confessiouis ^J. Dat hier intusschen geen woordenspel mee bedoeld wordt, blijkt uit wat door onzen Broeder Van Toorenenbergen hier werd bijgevoegd: „dat ze wel tegen eenige vijanden gekeerd waren, maar niet voor alle vrienden een band van gemeenschap zijn". Dat de historie hier niet meê instemt, is onloochenbaar. Zoo straks wees ik er reeds op, hoe elk dienaar der kerk gehouden was, ze te teekenen toch wel niet ak vijand, toch wel als dragende den band van gemeenschap. Er zal echter, zoo ik vermoed, mede bedoeld zijn „slechts een negatieve band van gemeenschap", en dan geldt dit zeker ook hier, evengoed als bij de confessie. Maar anders moet ik, niet voor de kerk als organisme, maar voor de kerk als instituut, het recht ontkennen, om in éénzelfde acte met verschillenden maat te meten. De Confessie, de Catechismus en de Dordtsohe leerregels worden in eenzelfde acte, in eenzelfde verklaring, zonder eenig beding of eenige exceptie begrepen, en dan zal, dunkt mij, toch ook hier wel de nog nimmer gewraakte rechtsregel gelden: J erhum. jjlara determinans aeque determinat onmia 2) / aan de leerregels
;
Mijn
laatste
toestand.
stelling
En dan
voert
mij
vanzelf tot
een
besluit
schaar ik mij geheel aan de zijde van Broeder
voor den actuëelen Van Toorenenbergen,
waar het aankomt op de bestrijding van dat valschc confessionalisme, dat de gewetens binden, de belijdenis crystalliseeren en de leerontwikkeling sluiten wil. Waar het geloof der ziele in het spel komt, waar het recht des gewetens en het geestelijk leven der oryanisclw kerk besproken wordt, heeft, evenals op elk punt van het Christelijk terrein, alleen het Woord van God afdoende macht ter beslissing.
kerk haar lan
')
nooit.
Voor
de fides
Terecht
eendraeldig
mlvijica
schreef
gevoelen
in
beslist
daarom veelen,
zelfs
Gomarus niet
Hooyer 444.
Aveiamis
53.
2)
Jo>^_
eenparig
Hel
van
ijeheurt
God,
En waar ge ook
^).
\\.
het „
altijd
van menschelijke blintheit herkompt"
Voetius 3a.
:
'2GG.
^)
getuigenis
der
somwijlen
dat
maar ook
in
Gomarus
somtoij-
de werken onzer
185.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's