Twaalftal leerredenen - pagina 236
(eerste en tweede zestal)
236
GODSDIENST
boom,
een
bij
dézes
levens dit leven,
ziel
eeuwige
ZEDELIJKHEID.
voor eeuwig bloeien moet, kan de vrucht
die
nooit
voor
EN
Daaruit,
beslissen.
nog
volgt
wortelen
minst
in het
ook
en
heeft
En evenzoo omgekeerd
bloeien.
dat ge vrucht draagt
het eeuwige rijk zal
in
het geloof een zoo-
juist wijl
;
deplanteuwer
dat
niet,
veel breeder gezichtskring, zooveel hooger eischen, zooveel ban-
aanvechting, zooveel ongekende verzoeking brengt, kan er
ger
geloovige soms een gedruktheid wezen, die
den
bij
beschamend
ter
gen niet op,
is
Maar houdt ge u
neerslaat.
het
om
niet
u,
ook reeds voor
kracht en schoonheid de vrucht der
uitdrijven,
die
overtreft?
O! hoe weerspreken
noemen
Jezus
verlichting,
dan
uit
den
zedelijken
daar
Rome
roept
Maar wat hebt
des levens.
gij
met
dan
» Voleinder
Zoo weerspreekt
zijn.
Israël,
dat alleen door ge-
Israël,
Jezus, Die nooit anders
en Leidsman des geloofs" wilde
in
Daar was de verlichting
zal.
van doen? met dat
met dien
zijn,
den krachtigen held op, die
u sterken
strijd
naam van
zedelijkheid vrucht
vrucht van de wrijving des levens
wrijving
leefde,
moet de
Immers,
Griekenland of
de
ze zichzelf, die de ge-
vaderen tegenspreken en toch den
wat met Jezus loof
in
blijven.
van
zijn,
aardscbe leven moet de geloofskracht een
dit
vrucht
der
diep
dan anders mogelijk
wereld
loofsvolheid
hem
die inzinkin-
maar om den
de uitzondering,
regel te doen, ik bid u, hoe zou het of
bij
gij
dan
uzelven, door een zedelijke kracht buiten het geloof te zoeken,
en
nogthans Jezus aan
plant der huichelarij
om
haar zwarte
smaad, toch tegen
het geloof
is
is
Heidenwereld geloofs
is
Die slechts één zonde, die
met de plant des
giftige
geloofs
verward
en
pleit
Ieder weet: alleen
voor ons beweren.
dat de volkeren der Christenheid van die der
het,
Alleen
onderscheidt.
de diepere opvatting des
het, die de belijdenis onzer volkeren
Roomsche landen maar slechts een hooger noem,
zij,
vrucht de vrucht des geloofs werd ge-
ook de geschiedenis der volkeren geen getuige
maar
ons,
te roepen,
Neen, M. H., hoe ook vaak de woeker-
des ongeloofs, kende.
in
verheft, feit
en
spreek
toch, ik
uit,
immers, zoo
het zedelijk leven
ik
de twee gekerstende dan
boven die der geen beweren,
in
de drie nog on-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's