Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 18

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 18

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

NABIJ GOD TE ZIJN.

IS

voor

beeld

toch

u

leven

is

om

het

den Christus, durft ge

nabij

waar? al was het slechts om den zoom mogen aanraken, en immers nabij Hem wezen,

niet

Zijns kleeds te

dat

Hem,

Nabij

op.

dringen,

nabij

»Heere

uw

God.

gij hadt den moed erbarm u!" op de lippen te

Neen, niet

Heere

vergeef,

nemen, maar wederom, de Heer

u voorgekomen, en

is

uit

den

met bloed gedrenkten bodem van Golgotha ging eene stemme Gods op, die het Amen op die bede reeds had uitgesproken, eer gij nog ooit die bede gestameld hadt. Neen, niet gij

weet

weg te vinden door de doolgangen van de diepten maar nog eens, ziet, de Heer wil u voorkomen, en

den

uwer

ziel,

van

de

uit

diepten des levens

gangen uwer

verborgen

roepen en

een

tot

om

u van binnen

nog vreezen,

wat

het indalen in de diepten uwer

bij

uw

barmhartigheid op

looze

Heere dan,

gij

lof

Wat

en

Zijnen toorn niet.

voorbijgegaan,

lippen zijn?

eer ge het zelf

waarin

het

en

schaduw

zijn

van

een

van

die fijne,

scheiden,

is

zoo

groot,

zoo

vaal,

de en

scheur,

ziel

de avond

vernachten

eeuwige morgen

morgen woont

het gejuich.

belijd ik dat

maar

is,

zoudt

gij

hier

de Heer

moest

ik

het

de volle kracht gevoelen kunnen

teedere gemoedsuiting,

kleur

is

het streven der vroomheid zoo scherp

mij goed nabij God

het

diepe

eeuw en

die

er een leven

is

het werkelijk leven meest

in

ook in den stormwind onzer eeuw dier

Psalmzin gt den

meent

geween der

dooreengemengeld, M. H., en van harte

streven

O!

dan komt de morgen,

moest, en dan,

Licht

zoudt ge dan

voor Zijn gronde-

Eens nabij den Heer, dan

in het licht Zijns aanschijns, en in dien

III.

prijs

Zijne gunstgenooten en beeft voor dat oogenblik

in Zijn goedgunstigheid.

reeds

dan

anders

uit te

Ja, zijn enge-

zijn.

aan geen steen u stooten moogt

ziel

in

Zijn Heiligen Geest in de

de duisternis te

licht in

zendt Hij u, opdat ge

len

met

dringen,

ziel

te

„maar

zijn."

der banieren die

mij aangaande,

De spraakverwarring

men

opsteekt zoo

is

flets,

daarom zoo onzeker geworden, dat men om de die door het leven gaat, ook maar eenigszins

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 18

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's