Twaalftal leerredenen - pagina 18
(eerste en tweede zestal)
NABIJ GOD TE ZIJN.
IS
voor
beeld
toch
u
leven
is
om
het
den Christus, durft ge
nabij
waar? al was het slechts om den zoom mogen aanraken, en immers nabij Hem wezen,
niet
Zijns kleeds te
dat
Hem,
Nabij
op.
dringen,
nabij
»Heere
uw
—
God.
gij hadt den moed erbarm u!" op de lippen te
Neen, niet
Heere
vergeef,
nemen, maar wederom, de Heer
u voorgekomen, en
is
uit
den
met bloed gedrenkten bodem van Golgotha ging eene stemme Gods op, die het Amen op die bede reeds had uitgesproken, eer gij nog ooit die bede gestameld hadt. Neen, niet gij
—
weet
weg te vinden door de doolgangen van de diepten maar nog eens, ziet, de Heer wil u voorkomen, en
den
uwer
ziel,
van
de
uit
diepten des levens
gangen uwer
verborgen
roepen en
een
tot
om
u van binnen
nog vreezen,
wat
het indalen in de diepten uwer
bij
uw
barmhartigheid op
looze
Heere dan,
gij
lof
Wat
en
Zijnen toorn niet.
voorbijgegaan,
lippen zijn?
—
eer ge het zelf
waarin
het
en
schaduw
zijn
van
een
van
die fijne,
scheiden,
is
zoo
groot,
zoo
vaal,
de en
scheur,
ziel
de avond
vernachten
eeuwige morgen
morgen woont
het gejuich.
belijd ik dat
maar
is,
zoudt
gij
hier
de Heer
moest
ik
het
de volle kracht gevoelen kunnen
teedere gemoedsuiting,
kleur
is
het streven der vroomheid zoo scherp
mij goed nabij God
het
diepe
eeuw en
die
er een leven
is
het werkelijk leven meest
in
ook in den stormwind onzer eeuw dier
Psalmzin gt den
meent
geween der
dooreengemengeld, M. H., en van harte
streven
O!
dan komt de morgen,
moest, en dan,
Licht
zoudt ge dan
voor Zijn gronde-
Eens nabij den Heer, dan
in het licht Zijns aanschijns, en in dien
III.
prijs
Zijne gunstgenooten en beeft voor dat oogenblik
in Zijn goedgunstigheid.
reeds
dan
anders
uit te
Ja, zijn enge-
zijn.
aan geen steen u stooten moogt
ziel
in
Zijn Heiligen Geest in de
de duisternis te
licht in
zendt Hij u, opdat ge
len
met
dringen,
ziel
te
„maar
zijn."
der banieren die
mij aangaande,
De spraakverwarring
men
opsteekt zoo
is
flets,
daarom zoo onzeker geworden, dat men om de die door het leven gaat, ook maar eenigszins
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's