Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 64

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 64

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

CHRISTUS, DE BRON VAN ZEDELIJKE KRACHT.

b4

Niet op die kerk,

en

zoo

maar op

dien Heer heb ik dus te wijzen,

ontwijd zal het heilige toch wel voor geen uwer

zijn,

van harte, dat het aanzitten aan dien disch kiezen voor uw Jezus was. De uitwendige belijdenis der

of ge belijdt allen

een

kerk moge, naar veler schatting, nog met feitelijk kiezen tegen den Heer gepaard kunnen gaan. Maar niet alzoo bij het Avondmaal, waar ge vrijwillig den bodem van het heilige betraadt, en,

door

niemand

naamt, die daar op

gedwongen, last

aan

des Heeren

de

zelf,

daad

heilige

en dus

als Zijn

deel-

daad

plaats greep.

En hoe was weer die

op Christus

die

u

geld

u dan

het

opstondt?

te

moede, toen ge van dien disch

Hebt ge u daar

als

een der ranken gevoeld,

den wijnstok

zijn

ingeplant?

als

aan Christus bindt, daar weer

geworden?

Was uw

meenschap tusschen

er

bij

Is

de band,

brood en wijn beze-

gemeenschap, bewuste, levende ge-

zoekend hart en

uw

verhoogden Heer ?

Voeldet ge als naar u uitstroomen die krachten der toekomende

eeuw, die nooit sterker dan daar zich aan de

Was

ziel

des Christens

maar een zien met het zinlijk oog op brood en wijn, niet maar een denken aan uw Verlosser, maar een niet maar een bewogen worden in uw gevoel, werkelijk gemeenschapsoefenen met uwen Heer, doordien uw hart zich opende en Hij daarin ging om avondmaal met u in de ziel te houden ? Was er dus i. e. w. niet maar een zwevend zoeken uwerzijds, maar ook een daad van Christus aan uw openbaren?

het niet

uw ziel in Zijn gemeenschap door dat waar zonder het sacrament ophoudt een daad Gods in Zijn gemeente te zijn ? O was het u zoo te moede, Gel., dan looft al wat in u is, Hem, Die u heeft welgedaan, en trilt uw ziel in u nog met die heilige beving, die steeds zoo zalige vreugde vergezelt. Weer gesmaakt, weer genoten, weer ervaren hebt ge ze dan, die zalige vrede met uwen God, hart,

een inweven van

heilig geheimnis,

!

waarmee de verzoening uwer zonden uw weer van

ingedronken

uwen

Jezus,

met die

volle

zoo

teugen,

met

Zijn

hart vervullen moet, die

volle,

Wezen

rijke

liefde

vereenzelvigd

is,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 64

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's