Twaalftal leerredenen - pagina 39
(eerste en tweede zestal)
39
BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG. onzer
dekselen
schande,
blootgewoeld de
ze
pijnlijke
wonde,
en het elkander voor het oog van onzen God heieden, dat veelzins
anderen eer achterlijk
bij
hen
zonden
het
beleden,
zijn,
Nu
kunnen verheffen.
we
dan dat we ons hoven
maar meer kracht
het niet verbloemd,
dat zoo het kruis van Christus niet
bezat dan het in onze kringen openbaarde, dat kruis van Christus reeds voor lang vergeten en veracht zou zijn.
Waar
toch
gaan? waar
moet
waar
is
geten
en
den dien
dor,
ernst, alle
wezen
waarheid
nisse
buiten
meer
Is
onze
in
kringen
heerscht'?
niet 't
is
uit-
niet het
arm en
de kennisse
Is
vaak even gebrekkig
als
minst erkent van die kener
gedaan
in
ons midden,
van
geringen en aanzienlijken, die geheel
het geloof staan,
met het Evangelie te bewerken? wat van armoe te keeren, die al
duizenden
om
een
voortkankering
zedelijk en maatschappelijk zoo ontelbaar velen verlaagt
M.
vr.
als zulke
moet heeten,
Hem
voor
u
uit te zijgen
Neen, werp,
kankers bijna onaangeroerd
voortwoekeren,
blijven
rept
een spoor ook
is
die tucht des Gees-
die ons gestadig als voor het
waar het ongeloof
waar men dan voor zijn afgeweken? Wat
te
die
gedaan
!
waar
rechtzinnige gemeenten schier even
in
elders
als
heeft alles
Christus te zijn?
onreinheid bant, alle onrecht
daarbuiten,
O
doet?
gemeenschap, van
zedelijken
en daarom
stelt,
kerkelijk
om
voor
eere
en het gevoel van menschelijkheid verhoogt?
drijft
der
zoeken
broeder
die geestelijke
van
oordeel
een
die liefde tot de broederen, die het eigen ik ver-
ze
maar van tes,
die wereldover-
macht
die zelfopoffering die
om maar
verloochenen,
te
waar
het niet in kan houden'?
geloofskracht, die van Christus in het hart der Zijnen
winnende uit
ons midden dat krachtige leven des Geestes,
in
is
en
roept
dat
hebben,
dan nooit het beeld van
op, die zoo snijdend spreken
niet
?
ons midden
dan toch de rechtzinnigheid onge-
zegt het mij, treedt
en kemelen door
meen
om
en
in
te
kon van »muggen
zwelgen"?
dat ik die schuld alleen op de gemeente
mijzelven en wie met mij de bediening des
van die schuld der onzen af
te
zonderen.
Woords
Neen, wij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's