Twaalftal leerredenen - pagina 86
(eerste en tweede zestal)
!!
86
SCHULDBESEF.
ik
weet dat in mij
niet
zelf
mijn hart
mee de
psalmdichter
de diepte
uit
hoe oneindig verre staat
der
het
voort
om
leedwezen
gevoelde
diepst
worden omgezet voor
smart
u op de
uw
anderen
te
anderen
op
het
uw
Laat
een
smart,
vooral
uw
ken
dat
gij
Maar
Dan geten
zult
niet
zoo
wat ge
zijt:
u
deedt,
maar een smart om u, maar
zie niet slechts
van
den angst en de vreeze, die ons
ge
gevoelen,
Hem, Wien
hoe volstrekt ondenkbaar van Gods
dat
met vergeten
alle
dingen van eeuwigheid bekend
is,
geschied
ware! alsof
gelijk
ooit het
moet met den
zal
het
licht
Verzijn
Hij zou doen alsof
schuldig bestaan zelf verzoend
ware
zou staan.
gedane ongedaan kon
al
!
dan
het
bij
moet aangrijpen.
worden gemaakt alsof, ook wischt, nog niet dat zondig Neen,
ik
het monster door de reet
vanwaar komt ons toch het denkbeeld? iets
wat
een blik naar binnen, in de diepte der zonde in iets
een vergeven bij
toch,
dat daar binnen in zijn leger
staren in dien afgrond onwillekeurig
zijde
dat de
nooit
een droefheid naar God worden,
over
slechts
daarover,
en
u,
zelf niet,
schuldbesef
niet
bovenal
sla
monster
bederven en ver-
schuldbesef nooit in opgaan. Vergeet,
klauw van
den
slechts
dat
te
zou willen sparen of de knaging
ziel
uw
bidden mag, laat daar
rust.
in
het
om tot een kwaden uw biddende zorge
Neen waan
werken.
van het geweten zou willen ontnemen.
omdat ge
Wege
binnenste walmt, niet
den dampkring
te
u dien angst der
bespeurt,
uwer zonden
eigen bewustzijn.
Laat
zijn.
om
naar buiten ontsnappe
Schrift
niets
Zeker,
Laat door
hart.
gevolgen
de bedorven lucht, die in
blijven, dat
giftigend
uw
vergeving.
dat geen zonde van u uitvloeie
ziel
voor
invloed
de
o
mat en
kweeken over uw onge-
te
rechte daden en de zondige uitingen van
het
En
roept.
men van
waarop
wereld,
berouw aan
innigst
God
daarbij boven het
weet dan van berouw en bede
anders
in
dus de bede waar-
is
tot zijn
zijn gevoel
standpunt
oppervlakkig
ga
van zonden wier bestaan
zijn,
mijzelven niet bewust ben,
ik
die zondige
daad
uitge-
ik daarbinnen bleef, dat in zijn
voor u opgaan.
heiligen God.
Dan
zult gij het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's