Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 133

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 133

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

DE TROOST DER EEUWIGE VERKIEZING.

den Schepper deeld'?

aan

we

Zijn schepsel toebe-

niet het ééne volk

een

bewonen, schier zonder arbeid weelde put-

persen

aan

en ginds een ander, dat met

;

zweet

ja in het

vlijt,

kan

af

zelfs

of zien

gelijk,

de weelde der natuur

uit

noeste

zijn

land

grond

vruchtbren tend

Zijn volle vrijmacht

in

alle

Is

133

den

zijns aanschijns,

geen brood

harden grond die het draagt

?

Ontving niet hel ééne volk een zoo gunstige ligging, zoo krach-

wet

zoo

volksaard,

tigen

voorschrijft, zijn

En

ducht? geest,

er

zijn

gevreesd maakt en geen ondergang

niet

weer andere volken, zoo zwak van

zoo

zielental

in

kunnen

nauwlijks

uitgebreide grenzen, dat het anderen de

naam

en

ijverzucht der anderen bestaan

dan

?

slechts

En

de

vér loopt niet dat levenslot uitéén?

»dien

groote

der

aarde",

zich

macht verwierf en

tige

hand

moe

eenzelfde

die

om

huis

in

Wat

afstand niet tusschen

goud zich baadt, door geld

vreugd des levens zich met kwisen dien »kleine" ginds, dien ar-

het geld zich buigen moet en schier aan

werd gespeend.

genot

elk

alle

die

toegeworpen,

ziet

drukt,

door de onderlinge

nu, wat van de volkeren

immers evenzeer van de enkele personen. Wie Heer deelde allen hun levenslot toe, en hoe

geldt, het geldt

anders

gedrongen gelegen, dat ze

zoo

klein,

ademhalen

den een,

Twee in

broeders zult ge vinden

in

lichaamskracht sterk, van ge-

zondheid blozend, die het ziekbed slechts

bij

name

kent,

maar

den ander zwak, uitgeteerd en ingezonken, door krankheid op krankheid vervolgd en gekweld. Hier lacht u een jonge maagd tegen, wier schoonheid elk betoovert, allerwege gezocht en die al

spreekt

alle zijden,

ze

geen

woord, de harten inneemt, en dies naar

werwaarts ze zich keere, lachende paden door het

leven geopend ziet; en daar een andere, hart, lijks

maar misdeeld gelukt, zich een

in

misschien reiner van

vormenschoonheid, en wie het nauw-

nauw en kronkelend pad

door

liet

leven

immers alle gaven op aarde ongelijkelijk verdeeld, Het is of de hand die ze eens allen besloot, zich boven ons geopend heeft, dat de wind des daags ze grillig her- en derwaarts spreidde! Of is het niet een ontzettende te

banen.

Ach! zoo

zijn

tegenstelling, de ijzeren denkkracht

van den één met de zwakke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 133

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's