Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 219

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 219

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

;

DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.

Rotssteen vast staat,

die

«poorten

maar

hel

of

dood het

strijd

van

burcht.

Want immers,

gedurig

misleid.

blijft

Dan

Hem

in

ge

Dan Dan

stam nog

uit Juda's

niet,

ge

zijt

die achter het

gejaagd, niet

altijd

omdat ge Maar zijt ge

er nooit hope,

is

komen

niet

ziet.

!

dan

ziet

der

üw

het

nü reeds met

ge van kleuren

maakt,

verbergt

zich

eeuwigen op

;

en bovenal, dan bespeurt ge

hoe die

jubel,

omgetrokken,

reeds

zélf

hoog

ziet,

de hoogte wie achter het schild, wie on-

uit

wuiven

bergen,

de

vijand, die het

reeds verloren

zélf

nu

En

M.

nu,

H.,

uws

woord van

ziet

heils

Jesaia,

zegt u hart daar

dan zoo

ge

bij

naar het heilig

zal

ook »u de Heere ten heiligdom

»Amen"

op, sluit

uwen Heer!

eiken strijd naar den

dan

gewisselijk,

op,

u is.

reeds in volle

zegepraal de in bloed gedoopte vanen van Christus

Rotssteen

dan liggen

de gangen en raadslagen des vijands voor u open

al

Want,

in Zijn

de vlakte, dan wordt ge

in

verheven, woont ge in dien rotsburcht, o

immers

hard

niet in de lendenen,

ge den vijand

ziet

verbergt.

zich

wetende, wie tegen u optrekt.

den Leeuw

Ja, al trof u zelf bij dien

zal.

Rooze nog

berg u in Zijn hoog vertrek, vlucht

ik,

vriendenschild

den

zijn

waarvan Jezus sprak, dat geen

overweldigen

ze

pijlschot

nog zeg

dan

den onzienhjken Rotsburcht

in

gemeente",

der

op onze lippen'? Neen,

al bestierf zijn lof

niet in het zichtbare,

219

zijn".

dan ook het oog

Maar

niet voor

de ontzettende gedachte, die de Ziener er aanstonds op volgen «Ulieden ten Heiligdom, maar

liet:

keling

en

een

Hem. Ge weet ook een bloed. ten

)

het,

des

Hoe

een Rotssteen der

tot

aanstoots"

i

),

telkens lezen

we

niet

strui-

voor wie afdoolt van

aan diezelfde rotswanden

afgrijselijke herinnering,

in Israël

kleefde

een herinnering van vergoten

van

krijgers,

van haar

steil-

Hoe menige rots was niet bezoedeld met het der kinderen, die men tegen haar scherpten te pletter

neergestort.

bloed

J

Steen

Jesaia 8

:

14.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 219

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's