Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 210

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 210

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

210

DE HEBRE ONZE ROTSTEEN.

een geest is

de wereld uitgegaan, die de Pilatusvraag

in

is

»Wat

waarheid?" op nog spottender toon, dan eens Rome's Landhooren

voogd,

waarom

wringt,

Een

geest,

Het de

geest

het, die alle zekerheid be-

deuren van het eeuwig recht bewogen.

zich de

wat nog scheen

te

staan omverwerpt, de

levens breken doet, en alle vaste beginselen

des

waarop

gebouwte van ons leven was gegrond.

het

of door zijn drijven elke stut en elke staf ons ontvalt,

is,

des geloofs ontspannen en de

spierkracht

wordt

waarlangs

doorgesneden,

Geen wet der natuur

bewoog.

wet van het voorgeslacht

geen

is

waarheid ontkent, en de scharnieren stuk

die alles

springveeren loswrikt,

Een

doet.

alle stellige

twijfelt,

zenuw roekeloos

leven onzes geestes

het

zich

hem meer geheiligd, meer geëerbiedigd wordt.

die door die

Alles lost zich op, alles ontbindt zich, en niet lang meer, of tot

ineengeworpen

puinhoop

een

liggen

al

cle

brokstukken van

het menschelijk leven, ja vertreden en verbrijzeld al wat eeuwen lieven en het loven van ons menschelijk hart

het

lang weest.

En

staan.

Maar neen, ge

meendet

ge

gij,

leeft

voor

althans te

midden

is

ge-

u zelf nog vast te

dier afbrokkeling en

en die algemeene onvastheid maakt u zelf onvast.

onttakeling,

maar toch het is, of de elementen van uw uw hand. Ge wilt handelen naar begingeloof wegmolmen begeven u, nu ze door niemand beleden, ook zij maar selen, door ieder bestreden, door niet weinigen bespot worden. Maar hoe, zoo vraagt ge, is er dan geen vastheid meer voor mijnen Ge

gelooft nog,

.

.

.

in

voet?

Zal

roepen

dan

zonder

een

doelloos

hope,

een onzeker tasten, een

gissen,

de veerkracht mijns geloofs verteren,

al

en

mijn

arm

hart bezwijken moeten, dat

en

toch

alles

voelt

wegbrokkelen?

om

vastheid vraagt

O, als het zoo stormt in

het hart, neen, dan niet gewanhoopt, mijn broeder, in

dit

warrelend leven, hart,

trillend

maar

ginselen gegrond,

van het Recht

mensch

»Recht".

Gods

in

ligt

niet in het grillig

Hém, de Rots de wortel der

Hoort

het,

uitgaat en Zijn

heeft die beginselen,

want

denken, niet in

niet

uw

der eeuwen, zijn die be»

Waarheid" en de wortel

hoe van Sinai's bergkruin het spreekt. Neen, niet de

Waarheid zij

hebben den mensch gevormd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 210

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's