De leidsche Professoren en de Executeurs der Dordtsche Nalatenschap - pagina 15
U
DE AANVAL. deze acte zijn Walaeus, Polyantlcr, Thysius en Hivet iiitiisschcn
gegaan, kend.
maar wel hebben /e een door hen/elven
En
minder
zit
overmits uu op de
dan op de
Toorenenbergen
over-
door hen oiiderschrevene acte een sclirocf
xvel
die
acte,
hieruit
niet
opgestelde acte ondertee-
ze niet
onderschreven, zoo waant Dr. Van
op te mogen maken, dat
zij
de Dordt.sclie
onder-
teekeningsformule niet genoeg eenvoudig, niet eerlijk en niet ruim vonden
en
dat
ze
derhalve
wél eerlijk en
Dat blijken
dit
dan
loél
uit
dien
de
hoofde
kortere acte, als
icél
;
eenvoudig,
ruim, met hun naam onderteekeuden.
werkelijk Dr.
Van Tooreuenbergens
uit de overschrijving
van
bedoeling was kan niet beter
eigen
zijn
woorden
:
Daarin „steekt een beginsel", zegt de Heraut. Gewis. Ilct beginsel namelijk vnn eenc onderwerping aan ecne Muttonaire leervourstclUufj, zooals die met ,,do Gereformeerde beginselen" moeielijk te vereenigen schijnt. Het aangehaalde artikel spreekt van „do bedoelingen der Synode van Dordreclit", edoch, daar wij niet naar geheime Synodale Acten, die ons onbekend hadden kunnen blijven, maar alleen naar de openbare handelingen der Vergadering worden verwezen, zoo moeten wij aannemen, dat ook nu nog in de Amsterdamsche faculteit ieder hoogleeraar zal hebben te verklaren, y,i)i r/ocde consciènfit' voor God te gevoelen en te gelooven, dat alle Articulen en Stukken der Leer'' in de Formulieren ^in alles met Gods Woord overeenkomen," en dat
hem verboden
zal
zijn
„tegen de Leere der drie formulieren verscheydene con-
sideratiën ofte gevoelens voor te stellen, opentlijk noch heymelick."
dat
daarop eerst het
hrt
vau
Vanzelf vervalt,
Aw/ivVy'Av oco'Am/zal
moeten verkrijgen! De professoren te Leiden in 1620 waren mannen, die eenigen eerbied van het nageslacht verdienen Johannes Poiyander, Andreas Rivet, Antonius "Walaeus, Antonius Thysius. Zij hebben geen vvijhcid gevonden en ook niet van Curatoren kunnen verkrijgen, om de door de Synode geëischte verbintenis te onderteekenen, maar hebben zich bepaald tot eene onderteekening van de verklaring, dat zij „de leer, in de genoemde Schriften vervat, als rechtzinnig en met de Heilige Schrift overeenstemmende erkenden en haar daarom wilden leeren en verdedigen." Deze verklaring is sedert dien tijd in de Leidsche faculteit steeds gevorderd van de in haar optredende hoogleerarcn: de verbintenis, door de Synode opgelegd, is daar nooit aangenomen. De reden was deze: daar de hoogleerareu geen zitting hadden in de Provinciale Synode, aan welke zij zich moesten onderwer])on, achtten de genoemde achtbare mannen, in overeenstemming met Curatoren, den band, waaraan zij gelegd werden, onbetamelijk. Doch dit daargelaten, verzuime men niet op te merken, dat inderdaad bij de Leidsche faculteit het door de Synode „blijkens hare acte" bepaalde werd vervangen iliM^r eene eenvoudige, eerlijke en ruimere verklaring. Daarin steekt ook een beoinsei.. •) hij
(locilialdeti
</(.'
:
Immers, dat Poiyander, Walaeus, Thysius en Rivet de Dordtschc formule metterdaad
terzijlegden
en
een
andere
teekenden,
acte
niemaud aan Dr. Van Tooreneiibergen betwist en het punt ;
het aankomt, lieten,
dus alleen maar: of
is
overmits
hun
zij
Stemmen
v.
consciëntie hen, ter wille
\V.
en
Vv., 1878, p. 639.
een
feit,
in geschil,
da
f
waarop
de Dordtsehe formule ongeteckend
kenen er van verbood, of wel overmits ze
1)
is
dit
van den inhoud, het ondertee-
om
bijoorzaken niet mochten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 116 Pagina's