Revisie der revisie-legende - pagina 16
»PUBLYCK epistel"
14
AA.N DR.
J.
VAN TOORENENBERGEN.
J.
uw brochure qualificeert, liet Gij ook nog die op iets anders doelende „Voorrede" drukken; en in die voorrede die hoogst bevreemdende
derigheid
waar
woorden,
reeds op
ik
kerkelijk en theologisch
gewezen heb, van
Kennelijk toch moet, wat Gij met
Gij
,,niet
Gy
waarin
tegenstelling
worden:
ze
Ge
die
theoloog
als
Gamaliëls-philosophie,
Laat
die,
ü
mjj'
zult
anders inzien; één van bij
(J
gissen
mag;
of een
dagelijks door de uitkomst gelogenstraft, Schrift.
elk dezer drie hypothesen, kortelijk even
bij
Ge
niet verantwoorden kunt; of eindelijk
met de Openbaring der
in strijd is
verstaan
'^
deze phrase nu spreekt; ik kan het niet
lijdelijkheid,
naar luid
;
zin
oefenen op mijn streven, maar
critiek
zult
dézen
in
;
deze drie: of een laatdunkendheid, als niemand
een
van het
het licht trad, aan
deze woorden bedoelt
neêrschreeft
aan den Heiligen Geest.
dit overlaten
In
overlaten
van den Heiligen Geest. '^
de kritiek
de
,,dat
geschil, dat tusschen ons in
zeggen mo-
gen, wat ik daarmee wil.
Er zgn,
ja ik stem het toe, er zijn gevallen in
het leven, waarin we van zoo onverbeterlijke, ongeneeslijke, ergerlijke
op een kwaad stuiten ergerende
en
natuur, dat
handen
er onze
we,
en te
te teer
in een fijn
opwelling van hooghartigen zin,
voor achten,
om
het aan
te
vatten
gebrek aan geloof; en hooger plichtsbesef in moedeloosheid onderdompelend; ons zelven aanpraten, dat we tegenover zulk een (ryjxvSocXov,
en
uit
niet langer de eere der waarheid behoeven te verdedigen.
Wie
doet niet zoo tegenover den
hoogere zedelijke
Mormoon,
u, ja waarlijk
idee,
die,
nogmaals
uit
met kwetsing van de Gods heilige Schriften
den plicht tot veelwij verg komt betoogen?
Zoo keert
de
zelfs
eerzame Liberaal zich af van den cynischen grijn-
de petroleurs der Tuilerieën verheerlijkt wil zien als de apos-
zert,
die
telen
van een gelukzaliger toekomst.
Zoo,
om
te noemen, duwt men met afschuw en bittere Von Hellwald van zich af, die zelfs de onnatuurlijkste natuurnoodwendigheid durft bepleiten met zgn in slgk en
meer
niet
ergernis allicht een
zonden
als
gif gedoopte
pen.
Zeer zeker, ook in zulke gevallen, zou de ware Christen, voor zoohij immers gelooft, nog lang niet altijd den moed mogen opgeven, maar moeten voortgaan, om óf den onwetende met oneindige liefde te vermanen óf den zondigen denker in de strikken van Gods waarheid te
ver
,
vangen,
óf,
door
zijn
geloofsmoed over
toch weer den strijd aan
een macht
Maar ligsten
is,
te
zijn
moedeloosheid triomfeerend,
binden, wetende dat het woord des menschen
alleen door de
macht van
het
Woord
te weerstaan.
ik geef
u toe, zóó hoog staan weinigen, en
hebben
in
dit
leven niet
zelfs de
dan een klein begin van
allerhei-
ziük een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's