Twaalftal leerredenen - pagina 256
(eerste en tweede zestal)
;
250 is
HET ONBEWUST ADVE.NTSGEBED.
veel banger, wijl zijn
derhalve,
gemis veel schreiender
om
roepen
zijn
van
helderheid
en
kracht
ook
dat
toon
is
geen wonder
;
Messias in doordringende
zeer
verre
zuchten der
het
schepping overtreft.
Reeds zeide Heer,
„die
van
ik
het u in den aanvang: het zijn de woorden:
dien
gijlieden zoekt," waarin die zoekende onrust
menschenhart
het
uitgesproken. Ik bedoelde
ligt
het menschenhart in algemeenen die tot de
Godgetrouwen gerekend werden. Immers, we zouden
aard van de dichterlijk-profetische taal miskennen, zoo
<\e\i
woorden:
die
in
daarmee
en niet slechts van hen,
zin,
zochten,
beteekenis
gevoel
stort
éénmaal
met
een
in
maar
bedoeld.
helderder water pleegt
aan
met
bruisen.
te
den
Engel
van
den
zoeken
»het
eindelijk
wier eigenaardigheid het
golfslag
Ook
hier
Verbonds",
des
mag
Heer'*
is
dat
juist
strooming
forscher
is
»Lust
zijn.
het hoogste
het mindere: en het minste
bouwval van den grootschen tempel" roepen
»als
en
dus niet een
maar moet een gedurige klimming
bloote herhaling,
hebben
Godspraken nimmer op met een dubbelen, hier zelfs
altijd
golfslag,
komende
elke
we
zoekt," een zelfde
dichterlijke
zijn
schier
driedubbelen
dat
is,
zich
uit,
gijlieden
met dat »den Engel, aan wien De stroom van het profetisch
straks
als
wordt
hebt"
lust
gij
»die Heer, dien
om
God.
zijn
Trouwens
verband
het
van
Maleachi's
Godspraak
bewijst
overtuigend, dat het niet enkel de '-vrome knechten van Jehovah*' tot
zijn,
wie
onmiddellijk
dit
aan
profetisch
ons
woord
tekstwoord,
vorig hoofdstuk, voorafgaat, en
uitgaat. Leest slechts
in
immers geheel andere persoon-
lijkheden,
dan
de Godgetrouwen, treden voor
toch
het:
»Gij vermoeit den
heet
daarmede oogen is
dit
gij
zegt
Al
:
wie
Heere met
kwaad
uw geest. Daar uw woorden...
doet,
is
goed
in
de
waar mocht, of met
des Heeren, en Hij heeft lust aan zoodanigen; of
God des oordeels!" En zoo
de
hoofdstuk
geheel
wal
dat
wat
het laatste vers van het
andere
ditzelfde
wellicht
hoorders
gij
twijfelen
een nieuwe Godspraak begon, die zich voorstelde, laat mij u
hoofdstuk u
in
het veertiende en
dan wijzen op vijftiende vers
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's