Twaalftal leerredenen - pagina 38
(eerste en tweede zestal)
38
BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.
diepten
in
gangen zeg
te
dat
niet,
zooveel
heid,
met hart en hoofd
dalen,
met den mantel der
liever
en
onze
het
zwak-
Doe zoo
uw
tot bitterheid in
bij
toornen zoudt
!
waar
waar de wonde onzer
eigen
die bedekselen der schande, Gel.
schande
eigene
geldt,
om
gepeild, en eigen schold ontdekt moet,
krankheid
— Neen,
liefde zooveel
ge zult den eisch der liefde hebben gehul-
zeker,
Maar weg met
digd.
haar verborgen
moest bedekt worden.
gebrekkigs,
anderer gebreken, waar ge neigen,
in
gaan, schijnt o! zoo spoedig te verdrieten.
in te
het ons
zelven bewust te worden, wie wij in het oog van den driemaal Heilige
Dan
zijn.
heeft
zelven weet te haten
behoud voor ons wijken
wil,
En
die
nu,
weg
weet
zelven
zich
des
juist
zich zelven
hem
werpen, en
te
die zich
lief,
alleen uitkomst, die
zal er
met
noods
dan alleen
schorpioenen weten
wet der zelfbeschuldiging, der
zelf-
geeselen.
te
zelfskastijding,
door
voller gestrengheid zijn toe te passen,
door hen, die zich tooien met het diadeem der recht-
Wie
zinnigheid? duurste
er voor
is
zoo we, wat voor geen zachter tuchtiging
zijn,
wie zou ze meer, met
dan
alleen
hij
dan
:
zich rechtzinnig noemt, aanvaardt hij niet de
verantwoordelijkheid ?
moet ge immers het
maar dan
Rechtzinnig
tegen het bederf der wereld, het
zout
heiligend zuurdeeg zijn voor al wat u omringt,
— rechtzinnig
maar immers dan hebt ge uzelven onderwonden, de
eer van
naam aan uw persoon, aan uw woord, aan uw werk verbinden ? En daarom, Gel. wie ook het verbloemen van
Christus' te
!
zwakheid
elkanders
men,
past
naar
een
liet
oog
op
der
ons, die ons rechtzinnigen noe-
daarom nu
De waarheid koopen, maar om
vooral,
verootmoediging op
leuze,
nu te
wat
graven, een bedekken der waarheid
ons zelven,
moet bovenal onze
zal,
—
veeleer een onverwinlijke tegenzin tegen alles, pleisteren
ook maar zweemt.
met
luste,
tot
geen
prijs ooit te
ze,
de leus der rechtzinnigen,
we
hier
wekken, die
samen komen, om tot het
vooral
verkoopen, zijn.
En
die stille
gebed ons stemmen
neen, nu niets door zwijgen bedekt, of vleiend verborgen,
maar
ze losgemaakt veeleer de winselen, ze
weggerukt de be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's