Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 204

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 204

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

.

204

DE HEEKE ONZE ROTSSTEEN.

waarop de volheid van dien naam

denis het oogenblik schuilt,

het

Mozes'

in

naar

leven

uitgesproken, terug wijs ik u

is

de dagen, toen

hij

voor het eerst

den Nebo opklom, naar den afscheidszang, dien

laatst

voor

IsraèTs ooren

voor

eerst

dan en

:

gezongen

Israël

hij

hem

eer hij voor. altijd het door

heeft,

uitgeleide volk verliet.

»Neig

de

van

lied

Mozes'

gij

hemel

alzoo,

ge

ooren,

monds"

mijns

'),

Jeschürün,

boek

laatste

onbetwistbaar

recht

dat

!

en de aarde hoore de redenen

weet

voor ons

is

we met

opgeteekend, en dat

„Lied van

het

majestueuse

het, begint dat

één der laatste hoofdstukken van

in

noemen

Rotssteen"

den

met zooveel nadruk heet het daar reeds in het derde vers: »Want ik zal den naam des Heeren uitroepen: geeft onzen God grootheid", en nu, dien naam uitroepende, spreekt hij aldus: „Hij is onze Rotssteen, wiens werk volkomen is, want al zijn wegen zijn gericht" 2 ). Dat was dan ook, Immers,

konden.

naar

hem gemaakt 3

zijns heils"

steen

»dat

vijftiende vers, Jeschürün's zonde,

het

luid

varen God, Die

).

En

»wiens wegen gericht waren"

Rotssteen,

dom

het

genade Mozes

en

den

uit 6

rots"

).

5

en wiens

),

4

),

rijk-

zuigen en olie uit den kei der

honig

die Rotssteen Israëls

vijanden

verplettert;

is

het,

door wiens macht

want hoe, zoo vraagt de

grijze

een eenige er duizend van den vijand verjagen,

»zou

tenzij

de

Israël

wachte

Heere, onze Rotssteen, ze verkocht?"

op

den

7

)

En daarom,

Heere. Israël vertrouwe op den Heer,

roeme voor het aangezicht van wie tegen hem treden

en

»Dies

bezwijkt

Welaan

>)

Gel.,

Deut. 32

Deut. 32

ge, wijl

uw

rotssteen niet

:

:

4.

1.

») 6

)

we

trachten

Deut. 32

Deut. 32

:

:

4.

13.

dat

3 )

')

is

gelijk

ónze Rots-

8

onze vijanden rechters zijnde"

steen, zelfs

;

Dit aller-

deze woorden afbeeldt: »Hij deed

in

Rotssteen

Welnu,

zijn

zanger,

5

?

»dat Hij de Rotssteen was, die hen gegenereerd had"

eerst,

hen

liet

vraagt ge, wat dan de bezielende ge-

dachte was, die de Rotssteen hun moest aanbieden

de

hij

en versmaadde den Rots-

heeft

).

„Lied van den Rotssteen"

Deat. 32 Deut. 32

:

:

15.

4

)

Deut. 32

20. ») Deut.

32

:

:

31

18.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's