Revisie der revisie-legende - pagina 158
VERKLARING \AN DE GEREFORMEKBDE COMMISSIE VAN ADVIES.
156
der leere hebben ingevoert ende met seer schadelicke ketterijen de kercke Godts verstoort.
VII. Daarmede sullen de kercken allesins ongerust ende twijfelachtich gemaeckt worden, vele vrome geërgert ende alsoo beroerten in particulire kercken ende daerna alle 't lant deur veroorsaect worden, gelyc men aireede verstaet, dat door dit voorstel van op sulcken voet eene synode nationael te houden, allesins by vele vrome groote ongerusticheyt ontstaet, dewelc altyts ende iuson-
derheyt in dese tyt tot ruste des lants wel dienl vermydt. VIII. Hierwt moet oock groote confusie volgen in de ordinarie kerckenregeringe, want op gelycker maniere souden oock elcke reyse niet alleen alle synodale ende classicale vergaderingen, maer oook alle kerckenraden daetlyck
moeten worden van de beiydinge ende catechismo, soo dickwyis sy met eenich twyffelachtich oft afwyckende litmaet te doen souden hebben, oft oock met andere wederpartiën, dwelck alsoo het doorgaens of immers dicwyls ontslagen
soude
voorvalt
sodanige ontslaginge van den voorsz. bant der eenicheyt
schier
gestadelyck moeten dueren.
Dwelc
hoe ongerymt ende schaedelyc het wesen soude. redenen voorgewent worden, die tot het contrarie advys eenigen schyn geven, so hebben wy tot beter openinge der saecken deselve goetge vonden kortelyc te beantwoorden. lichtelyc verstaen
Diewyl nochtans
is,
etlycke
Be
De tyt
eerste
is,
samen
te
eerste
dat de confessie
gestelt
ende
tegenreden.
catechisme syn by
mogen daeromme
ende
niet
menschen
in
onsen
voor onwedersprekelyc ofte
ongetwyfelt geachtet: maer behooren aen den toetssteen des Goddelycken woorts beproeft te worden, met het welcke sy anders in gelycke weerden gestelt souden worden, welcke proef, opdat in vryicheyt sonder voorgaande vooroordeel geschiede
behooren degene, die hierover oordeelen sullen ontslagen
hare onderteeckeninge, daermede sy haer aen de fessie
worden van
te
leere des catechismi
ende con-
verbonden hebben.
Antwoort. Het behoorlyck ende ongetwyfelt onderscheit tusschen het woort Godts (als den eenigen regel des geloofs) ende andere Schriften daerwt verscheydelyck gestelt, is by ons hier voor verklaert, ende dat en neemt niet wech de onderlinge verbintenisse
der
predicanten
aen sekere beiydinge eendrachtelyck
gestelt,
aeu-
genomen ende onderteeckent op geen ander fondament ofte meeninge, dan dat sy den woorde Godes gelyckvormich is, ende dewyle sy voor sulx gekent ende gehouden wort ende anders nietj daeromme oock deselve verbintenisse op sulck fondament so lange haer recht behoort te behouden, tot dat by imant claerlyc bewesen sy, datse in eenige poincten met den woorde Godts niet overeen en komt, dvvelc wel bewesen synde, behoeft geene ontslaginge van verbintenissen versocht ofte gegeven te worden, in sulcke poincten, als niet hebbende het fondament harer verbintenisse. Dat nu voorgewendt wordt dat gedurende sulcke verbintenisse het oordeel over de poincten der leere, daerover eenige quaestie valt niet en can vry syn, ende dat dese verbintenisse een vooroordeel mede brengt ende dat degene, die aen
een
der leere
Dat Christen
sekere
leere
gebonden
is,
niet en
kan onpartydich van verschillen in
oordeelen.
en die
gaet
met
aen
de
vast,
want so dese regel soude gelden, so en soude een religie door synen doop verbonden is niet
Christelycke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's