Revisie der revisie-legende - pagina 28
»PUBLYCK epistel" AAN
26
mgne
op
üll.
VAN 'rOOB,ENENBERGEN.
J.
wagen op Uwe m.
aanval te
beurt eeu
J
onhoud-
volstrekt
i.
bare theorie.
Althans de toenmalige Predikantenvergadering had de
Dit trof doel.
mijn
vriendelijkheid
op
oppositie
moderamen. Eerst van achteren heb
wgze
uiarquante
zeer
mij zelfs in het middaguur eene plaats
chen, en
ik begrepen
hoe
,
toe
te
jui-
aan te bieden in het
dit voorval
om uw
heeft en waarschijnlijk niet weinig er toe bedroeg,
U
gehinderd
genegenheid
mijwaarts aanmerkelijk te bekoelen.
te
Kort daarop gaaft
U
uw
Gij
referaat in het licht,
erkentelijk voor was) van
ongezochte aanleiding,
om
met weglating (waar
ik
de voor mij insidieuse zinsneê. Dit gaf mij
op de volgende Predikantenvergadering
uw
opstel aan een nadere critiek te onderwerpen en een andere theorie, behoor-
met historische argumenten gesteund Het stuk, waarin ik dit deed, volgt
lijk
om
üzelven te overtuigen, dat, gezindheid
derlijke
geleden; en tevens
Uwaarts
te
om U
bij
alle
in
het
tegen de uwe over te plaatsen.
,
hier achter als tweede beslistheid
minst
doen zien, dat
te
tijds in dezelfde antithese als
thans tegen
vervolgen zoo belust ware geweest
als
Gij
U
U
bij
ik in
annexe,
van keuze, de broe-
mij geen schade
had
hoofdzaak reeds des-
over stond, en indien ik op inbeeldt, reeds tien jaren
en langer den drijver had kunnen spelen.
Het onloochenbare feit, dat ik desniettemin deze tien lange jaren nimmer uw naam in het publiek anders dan met eere noemde en het gebleken verschil geheel rusten liet, kan, in verband met dit nooit of
stuk,
dan aan wieu
doen beoordeelen, hoe gansch ingebeeld en ge-
lust
heel uit de lucht gegrepen dit
Maar
zie,
zeer
»
rusteloos vervolgen^' mijnerzijds
was.
waarde Broeder, noch wetenschappelgke argumentatie, alle scherpheid, noch zelfs het laten rusten der
noch onthouding van quaestie,
Ik
kon
mij, eylacen, in
had het nu eenmaal
uw oog verkorven
ten goede komen. ,
en
in
dienzelfden
•
raad
der
met een » dignus^ dignus est intrare" eer te vriendelijk ontvangen had, begon men thans weder plannen te beramen, om mijn streven te dwarsboomen mijn bedoeling te verijdelen en mij uit te werpen uit de Synagoge der toonorthodoxe
broederschap
,
die
mij twee jaren vroeger
,
gevende orthodoxie. Dr. Hoedemaker gaf; niet in zijn schoon stuk voor den Hervormings-
dag,
maar
in
een inleidend woord daarop; een kort
vergadering van dezen raad
den heer Chautepie de
,
verhaal van de
ten huize van den toenmaligen predikant,
la ISaussaye, te
Rotterdam gehouden, waarin
tot
deze oorlogsverklaring tegen mijn persoon besloten werd.
Dit scheen saam te hangen met iets anders.
In het jaar 1869 had zich toch een uitgever met het verzoek
bij
mij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's