Revisie der revisie-legende - pagina 70
REFERAAT OVER DE BELIJDENIS.
68
vaderen, hun betoog over de Ecclesia, vooral in hun hardnekkige vporsteling met Eome, opslaat, steeds zult ge vinden dat ze door dit geestelijk beginsel Maar ook dan, als er niet van de ecclesia, maar van de werden beheerscht. ecclesiae particnlares, en
dus van de kerk
als
instituut sprake
is,
heeft zijn strijd
de onveranderlijkheid van Belijdenis en Liturgie mijn volle sympathie, en schijnt hij mij door den eisch der historie geboden. Waar ik tegen opkom, het is slechts de miskenning Dit van het juridisch-confessioneele standpunt in zijn onvervreemdbaar recht. brengt allerminst de onbeweefjlijkkeid van het recht mede. Veeleer moet het jus, om geen injuria te worden, wisselen met de wisselingen van het leven, dat èn tegen de juxtapositie
van
Confessie en Schrift, èn tegen
Maar evenzeer wordt het recht in willekeur veranderd, zoo men de littera scripta minacht. Dit leidt of tot supersedeering van rechtspraak
het regelen wil. daarbij
Ja, thans, of tot schending van het recht des beklaagden, gelijk weleer. ga verder, de bate van het geestelijk beginsel der leerontwikkeling gaat voor de kerk als instituut door Dr. Van Toorenenbergens distinctie juist geheel te loor. Zij toch maakt, dat revisie der belijdenis onnoodig wordt, wijl onder beneficie gelijk
ik
dier distinctie de revisie door elk die afwijkt, eer gemeden dan gezocht wordt. Ik aarzel dan ook geen oogenblik, om het bedroevend feit, dat de gelegenheid, door onze vaderen tot revisie gelaten, nog steeds ongebruikt bleef, vooral daaruit te verklaren, dat men de gespierde beginselen onzer vaderen verlaten heeft en syncretistisch in
kwaden
zin
ook op kerkrechtelijk terrein geworden
De gevolgen van deze Theses voor het heden De belijdenis van Dordt geldt nog met volle inhaerente ginselen
recht op revisie, waartoe
alleen
verkoren kerkbestuur, gerechtigd
is.
een
liggen kracht, wettig,
is.
voor de hand.
onder beding van het Gereformeerde be-
naar
Het decreet van
leervrijheid
is
of
een incompetent besluit, of wel de feitelijke ontbinding onzer Hervormde kerk. Anderzijds blijft echter ook voor de leden en leeraars der kerk het natuurlijk recht van contractanten onverkort. D. w. z. dat men tegenover de kerk als
door niets gebonden is, zoolang de kerk op zijn recht feitelijk ten andere, dat de confessie nooit door eenig kerkbestuur tegen wien ook kan gekeerd worden, dan ouder beneficie van het jus discretionis en den eisch tot revisie, mits het jus definit'ivum verblijve aan wien het behoort, d. i. aan de Gereformeerde Synode. M. a. w. niemand mag het voor de gemeente verbloemen, indien hij van de confessie afwijkt. Maar de rijming van dit feit met de aanvaarding dier confessie, mag niet in het quatemis, noch in de door Dr. Van Toorenenbergen aanbevolen distinctie gezocht worden, maar vloeit vanzelf voort uit de licentia ecclesiastica en het jus revisionis, dat als aan de confessie inhaereut, in haar aanvaarding begrepen is. Daarom; niet om die distinctie; was Scholtens polemiek een miskenning van het confessioneele recht, wijl het de stipulatie Daarom, niet wijl ze van dat recht voorbijzag. die distinctie niet toelaten, dreigt een deel onzer Gereformeerde broeders het kerkelijk bewustzijn in repristinatie te doen wegkwijnen. Daarom eindelijk, niet wijl die distinctie niet gevoeld wordt, verloopt zulk een belangrijk deel der geloovige gemeente zich in kerkontbindende overgeestelijkheid. instituut juridisch
supersedeert.
En
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's