Twaalftal leerredenen - pagina 8
(eerste en tweede zestal)
NABIJ GOD TE ZIJN.
8
Wien
zien?
en
kracht
vervreemding van de Bron van
de
is
in het gedurig mistasten der
van
ooren,
het woelen en
bij
rumoeren
wijsgeer zich leent,
van
glimp
recht
de
niet in
—
ja,
wien vooral
schrijnt
waar het talent van den om het onrecht, met geweld gepleegd, een
geluid niet door de
schril
klank
doffe
dier volksmassa's, die ge-
durig opstuiven als de baren der zee ?
haar
licht
machthebbers en het verzwakken
Wien dreunt haar
gezag?
elk
alle
openbaar, in de verlegenheid der staatslieden,
niet
geven,
te
ziel,
erger
of
nog,
streelen, door het prediken
de hartstocht der
van een zedelijkheids-
zelfzucht
te
leer,
diep onzedelijk, geen hooger beginsel huldigt dan de
leer
die,
van het nut?
En waren we nog maar
alleen toeschouwers van dien jam-
mer!
Maar neen, ons eigen
thans
zijne
volk, ons eigen vaderland schijnt
naburen schier vooruit
te streven in zelfverlaging,
oude Holland eens de volkeren voorging op den weg van zelfbedwang en glorie. Met weemoed spreek ik het uit, gelijk het
maar
het
niet
is
spot
veeleer
te
loochenen.
men met
Europa acht ons
niet meer,
ons, en wie durft zeggen dat
we
dien
waar de booze geesten van eerzucht, vitzucht, factiezucht niet gebannen, maar ingeroepen worden, en de storm der hartstochten, nauwlijks bezworen, weer telkens met zoo felle woede opsteekt, dat, gaat het zoo voort, het spot
verdienen,
niet
—
schip van staat ten leste wel zal
En
nu,
enkele der
feil
moeten stranden. wat meent ge, dat dit slechts liggen zou aan een van staatsbeleid, aan een min gelukkigen uitslag
volkskeuze,
voortkomen, let?
—
of
enkel
tusschen
die
maar immers,
uit
vrije
meeningen zou
die wrijving der
burgers nooit
mag worden
be-
afgezien van richtingen en personen,
is
de verslapping der regeeringskracht zelve voor ieder openbaar, niet
nu
immers, nen,
eerst,
het
maar
ligt
aan
maar de bodem
reeds lange jaren.
Een
geen richting, het zelf,
ondermijnd: de beginselen kracht en bedorven, en dat
waarop we zelf
ligt
ieder gevoelt het
aan geen persois
doorwoeld en
waaruit ons volk
leeft zijn ver-
we den
staan,
standaard van ons zedelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's