Twaalftal leerredenen - pagina 16
(eerste en tweede zestal)
NABIJ GOD TE ZIJN.
16
arm
ons
dat
hart,
en koud, zoo
kil
O dat
zóó
!
God
nabij
en versteend
te zijn,
is
zóó dicht
geworden.
den Heer
bij
leven,
te
het wat zelfs de besten onzer veel te weinig doen.
is
nog
dan
den guren dampkring der wereld zoo
in
verstijfd
Die
van den geest der eeuw duchten, ze
iets noodlottigs
leven nabij de kerk, nabij de Schrift, nabij andere vromen, nu
en dan vertoeven ze nabij den Heer in het gebed, ze bezoeken bij tijden, als ik met heiligen eerbied dus spreken maar bij den Heer is hun t'huis niet, ze wonen niet neen, een leven nabij den Heer, dat is het in bij hun God, nog bij zoo weinigen geworden. De Heer wil een band met
Heer
den
—
mag,
—
de zijnen, waarvan de teedere huwelijksband het zinnebeeld zal
uw man,
»Ik ben
zijn.
— maar
volk toe,
betrekking,
om
dan
we
willen wel een vriendschaps-
maar een huwelijksband onzer
met de dure
met den Heer, met den eisch
ziel
verplichting daaruit voortvloeiend,
ook
Hem
bij
den Heer
bij
o Israël!" roept Hij ook thans nog Zijn
wij, neen,
te
En waarom
wonen, steeds
te
in
—
wezen,
nabij, steeds dicht
we
neen, dat willen
niet.
immers wel omdat diepte uwer ziel, en ge dan in de vindt niet den Heer ge om tot den Heer daar te komen, eerst dalen moet door de Nabij God, dat is immers eerst diepten uwer zonde en schuld.
uw
nabij
o
niet ?
hart,
ge
!
uw
nabij
raadt
ik,
het
zoo als
't
!
wezenlijk
is,
en niet
zoo als het met een bedriegelijken stralenkrans in den spiegel der wereld weerkaatst wordt.
dus
eerst
de
waad. Of wilt ook
in
uw
ge, de
ziel eerst
weg naar de
Ziet, Hij
nabij
licht,
wordt
en slaagt geen pogen tot voor Hem elke verbloeming, schijn,
en
gij,
geopend
zoo als ge
ligt
voor
komen, moet
uw
hart door-
de eens zoo effen vlakte heeft opge-
in
zijt,
licht,
en in den glans
alles ontdekt, alles
verbergen meer.
—
te
poorte des Hemels, ze voert
de Heer woont in het
van Zijn verblindend
God
over de bange hoogten, die de schudding
der zonde daar binnen
worpen.
Om
der ongerechtigheid van
stroom
openbaar
Afgelegd moet dus
elke bemanteling, elke valsche
zoo als geheel
Hem, Wiens
uw wezen
naakt
blik door al de spleten
en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's