Twaalftal leerredenen - pagina 77
(eerste en tweede zestal)
SCHULDBESEF.
en
beschuldigen
gezicht
openlijk
ook ons eigen schuldgevoel
komst
al
77
aanklagen
durft,
—
zwakker worden,
moet dan en de
uit-
dan ook dat het schuldgevoel zich sterker uitspreekt, naarmate men een sporte afdaalt op «'e ladder van het maatschappelijk leven, al blijft het't zelfde menschenhart leert het
dat klopt in al de rangen der maatschappij. tig
om
leidt,
het
en
de
kerk
al
meer
in
den
staat te
doen opgaan
de taak van den godsdienst over
staatstoezicht
meer den Gherup van Gods
niet
zoo noodlot-
Ja,
van het schuldgevoel, dat ze er toe
die veruitwendiging
is
heiligheid
te
:
op
dragen,
maar den
ge-
rechtsdienaar die het zwaard draagt, als wachter te begroeten
van Gods onkreukbaar recht.
Met
onware, gedachtelooze opvatting nu
oppervlakkige,
die
van het schuldgevoel, heeft de openbaring der
Schrift dus niets
»Wie zou de afdwalingen verstaan?" vraagt de psalmist. »Ik," kondt gij allen immers uitroepen, zoo alleen bewuste zonde, zonde was voor God, want wat gij met bewustgemeen.
heid gedacht, dat
is
enkele
gesproken of verricht hebt, dat weet
waag
opent
schuldgevoel
naar
niet
het
inwendige
geheel
uit.
uitwendige,
leven,
Archlistig
ten.
is
M. H., die
dus een geheel anderen blik op het
ons
wezen der zonde, en wischt de het
gij
»Wie zou de afdwalingen verstaan?"
bekend.
u
grenslijn der
bewustheid voor
Neen, niet naar wat zich
vraagt
uitte,
de Schrift, maar naar het
naar den diepst verborgenen grond des harhet hart, roept Jeremia ons toe, ja doodelijk,
kennen? De Schrift, ze wijst ons op een God, Die niet slechts de wegen der menschen gadeslaat, maar ook de nieren proeft Die niet slechts aanziet wat voor oogen is, maar wie
zal het
:
ook
het hart doorgrondt
en kent, en Die het door Zijn geest
ons alleen ontdekken kan, of er een schadelijke weg ziel.
Niet naar
het voortkomt,
is
uw
zij
in het
leven
maar naar uw zondig wezen, vraagt de Heer. Niet uw zonden worden geteld, maar de diepte uwer zonde gepeild. Niet wat uit uw hart voortkomt, maar het hart waaruit onzer
daad,
allermeest voorwerp van Gods heiligen toorn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's