Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 159

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 159

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

RUST DER ZIEL

van

werkelijkheid

dan

aan

ooit

Och

op.

vrede was het ons

smart

en

pijn

u

DE ONRUST DER TIJDEN.

BIJ

vaak

!

of

drong zich

juist

159

machtiger

in

de dagen van onzen lauwen

die

schrikhjkheden, waarvan het

meldt, slechts in de hitte der verbeelding hadden

historiehlad

bestaan.

We

den

op ons toe met dien aangrijpenden indruk, dien alleen

niet

spraken er van, maar geloofden ze

niet.

Ze

tra-

Zulk een jammer, die aan een meer dan aan een menschelijk kwaad denken deed, drong met die hel al meer uit ons bewustzijn terug. Maar nu, wien was het niet te moede, alsof vlammen van het »onbluschlijk vuur" uit den afgrond waren opgeslagen, — zóó de

werkelijkheid ons inprent.

helschen

gruwel,

heeft het daar gebrand

maar

leven,

het

gerucht

als

van

monsterachtigs in

in

!

Niet als de

een gillen

uit

ons

slachting

die

mare

uit

een menschelijk

den poel des verderfs, gruwde

Er was

in het oor.

den aanblik dier gedooden,

iets

iets

spookachtigs

de dooreenwarring van zulk een doodsangst en gejuich. Zeg

het

mij,

die

verstoken,

gevloekte lijkberoovers, in den mantel der liefde

waarden

daar

ze

slagveld rond?

akelig

En

als helsche geesten

niet

toch, neen, geen geesten

maar menschen als gij, van vleesch en bloed. geen droom, maar werkelijkheid. In dat alles

Dat

op het

waren alles

ze,

was

heeft de diepte

der hel ons een proeve van haar verschrikking gegeven. Er «buitenste duisternis", er

is

is

»weening en knersing der tanden"

zijn God niet kende, geweest. Waar, waar dan heen, verschrikte ziel, die nu eerst ontwaart, nog nooit beseft te hebben, dat er zulk een gif in het menschenhart, dat er zulk />en kracht in Gods toorn, dat er zulk een verschrikking was in de smart! Of waant gij u beter dan uw bezweken natuurgenoot, wijl gij den Heer aanroept? Gaat

voor den krijger, die

naar

u

Gods toorn

niet uit?

smart des stervens niet? Neen, niet

en

met geen

chismus

Baart gij

die valsche vertroosting.

derzelve uit,

bij

die

u alleen de zonde, de

God

vreest,

ge troost u

»AI Gods geboden overtreden,

gehouden", roept ge veeleer met den cate-

»en alleen door Gods genade voor zoo schriklijke

uitbreking bewaard"!

En daarom

is

het u dezer dagen geweest,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's