Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 142

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 142

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

DE TROOST DER EEUWIGE VERKIEZING.

142

En daarvoor zouden we hun nagedachtenis niet zegenen mogen? Alsof ge hunner u schaamdet, Gemeente! zoudt ge van

u

die

hun

die-

krachteloos

uw

ze

waarheid zwijgen moeten?

heilige

ze

gold,

alles

u

voor

geworden

zijn

Neen

!

men u

troost, dien

Gel.

de teederste,

ook

,

men u

nu nog

is

niet uit

de

O!

zij

rooven mag.

niet

het die eeuwige verkiezing, die u steeds tot

Die waarheid,

verouderd, ze zou voor

de staf dien

kleinood,

dierbaarst

hand rukken, de

zou

uitdrijft

de diepste,

tot

de vurigste aanbidding, ja komt, Gemeente,

tot

laat

ze u

ook thans

Die

naar

Zijn

tot Gods lof bezielen, en heft voor Hein, macht Zijne kinderen roept, het lied der

vrije

met het:

eere aan,

Alle

roem

is

uitgesloten

!

enz.

II.

Voor dat

Israël dan,

M. H.,

is

het woord

»

:

Vrees

sterk

help ik u, ook ondersteun Ik

ook

u,

niet,

want

uw God;

ben met u; wees niet verbaasd, want Ik ben

Ik

u met de

Ik

rechter-

hand mijner gerechtigheid." Juist voor Israël geldt dat teedere woord der innigste ontferming, want al ontving het de rijkste toch

gave,

voor

het naar de wereld het armste, het ellendigste

is

eigen bewustzijn, het meest

zijn

opgejaagde en vervolgde

op aarde, en dat dus meer dan die anderen het oog naar den goddelijken Trooster opslaat.

O

de Heer wist het wel, dat Zijn volk dien troost niet der-

!

ven

en daarom,

kon,

door

putten

de leiders Zijns volks de Zijnen

als

vermoeienis

des

geestes, en de

wonden

uit-

niet be-

speuren, die onder het opper kleed verborgen liggen, dan roept Hij in Zijn ontferming die herders toe »troost,

troost

mijn

volk, zal ulieder

de Zijnen dan nog kruipen strijd

des

levens,

veelheid hunner ken,

beangst

dan hoort Hij ruzalem

ze

ziet in

nog tasten

ongerechtigheid,

als

:

het

ziet ja,

Neen, niet alzoo, maar

God

zeggen.""

stof,

En

naar verzoening voor de ze

nog terug

ze zijn voor de vergelding die

ziet

schrik-

komen moet,

die drievuldige klacht, die uit het hart

opgaat,

als Hij

duchtend voor den

van

Je-

en gebiedt die herders, die Zijn volk weiden,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 142

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's