Twaalftal leerredenen - pagina 78
(eerste en tweede zestal)
78
SCHULDBESEF.
En
beschouwing
die
is
delijk beleedigd.
donker
telijk
uit
Maar het
vinden.
zullen
niet juist? Stel iemand wordt dooDoor wraakzucht gedreven, sluipt hij bij nachop den weg, waar hij weet zijn beleediger te
naar wiens bloed
hem
doet
duister
De man
afdolen.
ontkomt. Hij moordt niet ... en
dorstte,
hij
ziet,
voor de wereld maakt dat het ontzettend verschil, dat ze
met
die vergissing,
die
vergissing
hem
hem
als
men u
daarom u
het
zegt
naar,
zij
ziet
op
evenmin,
zoo
gij
zou
weet
niet zijn opgeborreld ? Ik
zonder zijt
kunnen vermeesteren. Maar
nooit
wat
mij,
blijft,
het schavot. Gij
Die wraakzucht, die naar bloed
men
dien
man
er uit
uw
onrein
eens had aangedaan, wat
dervinden,
eeren
zou naar
nooit zoo doodelijk beleedigd.
doet dorsten, heeft
man
achtbaar
als
verwijzen
de daad:
deed on-
gemoed
de wereld vraagt daar niet
het,
bekreunt u daarom misschien
gij
uw
alleen afgaat op
—
bewustzijn,
maar
of
de daad gepleegd werd, of door vergissing voorkomen, of dat de
zin
er
van
tel
nooit
toe
u opkwam, alleen omdat ge er van
in
—
nooit toe geprikkeld werd,
buiten
den
doodslag
spreidt,
en
niet uit,
Hem
Daarin
die
is
het,
die,
ook
gruwt voor Zijn dus
ligt
het
bedorven hart en
nog
En
toch
zoo
majesteit Hij
is
nacht
in die
oneindig
de uitingen
we
een
zonden voortkomen konden.
vreeslijker
dat hart wil zich zelf niet
leeft,
die Heilige,
is
van Wiens
Hem nog nacht
zingen, dat der starren pracht bij
bij
Wien gansch geen
zelfs als
schepping vol
Zijn glans zich
laten
in
die vlekkeloos Heilige, Die een ontoegankelijk licht
bewoont en de
uit-
omdragen, waaruit dat reeds voortkwam,
in ons
dat hart bestaat en
we
hart
heilig oog.
meest onze vloek, niet
opgeven voor den Heiligen God. Hij
;
uw
de noodlottige vrucht
al botte
onze zonde reeds geraakte, maar daarin, dat
waartoe
is
de Heer heeft den wor-
gezien die zijn vezelen in
een
licht
licht
als
duisternis
om Hem
is,
Bij
Hem
ja,
voor
Wien
donkere zwarte stippen, die van
hebben afgekeerd en van Zijn
doordringen.
is,
en wij zweven daar
alleen
dien wee; wendt de zondaar zich
af,
is
luister zich niet
de levensweg en van
en daarom
is
niet slechts
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's