De leidsche Professoren en de Executeurs der Dordtsche Nalatenschap - pagina 57
:
ONDEK UE BESCHREVEN VADEREN,
53
guberoatio Academiarum,"
et
als waarborg kon opleveren f,ne qua nova ex posferum nascerefur calamitas, qualis hactenus maximo cum Ecclesiae dam-
üs in
esset ;"
exorta
710
en
„staat én kerk beide"
alzoo
voortaan
veilif
mochten
zijn. 1)
Wat
dit voorstel
Intusschen
het
ons
inhield, bleek
op den
sliep tot
boven reeds.
18 Mei,
toen het
tamelijk terloops,
in
de 163e zitting aan de orde kwam.
Wel
was der
positie
reeds
den dienst
in
hun
dat
b.
(Art.
18);
der
in c.
kerk
dien
dat
netelige
punten
aansteUingsrecht geheel,
om
vaststelling der kerkorde
professoren
naar rang
dienst
de
zij
dat ze //Librorum
cl.
de
bij
Theologische
de
sprake geweest van de
en dienaangaande
beslist:
verdediging
der kerkleer was
opgedragen
formulieren onderteekenen zouden (Art.
visitatores'^
dat ze
«.
op de pastores volgen zouden (Art. 2);
zouden blijven (Art. 55);
—
.53);
en
maar over de
van de subjectie aan de kerkelijke censuur en het mededer
kerk,
ze eerst op te
zweeg ,men
nemen
bij
bij
de
behandeling der kerkorde
de discussie over het voorstel adhoc.
Hieraan nu toe gekomen, deed meji wel een stouten stap, maar die helaas even spoedig berouwde.
Men
stelde namelijk een
articulen bestaande,
tien
Concept-reglement voor de
Academiën vast dat, uit
nog een stap verder ging, dan het Zuid-Hollandsche
voorstel en van dezen inhoud was
In die provinciën daer de universiteyten of hooge schooien
zijn,
sullen de
Heeren
Staten van deselve provinciën versoght werden, dat se in de bestellinge van deselve schooien gelieven
te letten
op dese navolgende Articulen:
Dat over de opsicht ende de regeeringe van de academiën gesteldt werden geleerde mannen, leden der üeretormeerde kercke, waervan men verseeckcrt is, dat se de leere, van het begin der reformatie by ons aengenomen, zijn toegedaen. Dat de Curatoren der academiën niet altijdt blyven, maer alle drie of vier II. I
jaren veranderen, soo dat jaerlijcks
in de
plaetse
van eenige die afgaen,
andere
suocederen.
Dat behalven de politycken persoenen, oock een predikant of twee dese en opsight werde aenbevolen, om naeuwer toesight te hebben op de Theolo-
III.
sorge
gische faculteyt.
lY. Dat tot de possessie der Theologie niemandt beroepen worde, dan met toestemminge des Synodi, ende desselfs gedeputeerden, welcke het vrystacn sal, uyt yeder classis eenige predikanten byeen te roepen, om over dese beroepingc met malkanderen te beraetslaen, soo mogelyck deselve tot het naestkomende Synodus niet en konden uytgestelt worden. Ende ware te wenschen dat desen voet oock gehouden wierde in de beroepinge van den regent en onderregent van het Theologische Collegie.
Dat in de beroepinge der professoren niet alleen dor Theologie, maer oock andere faculteyten, en wel meest der Hebreeuwsche, pag. 127. on Grieksche
V. der
Ibidem. „Zoodanige regeling van de academie, dat er niet weer, als in Ar1) minius' dagen, verderf door over heel de kerk en heel het land kwam."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 116 Pagina's