Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 183

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 183

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

HET KRUIS VAN CHRISTUS HET LEVENSIDEAAL.

ge

kunt

den

Neen,

spot?

lijkheid

schaduwen

niet in deze vallei der

Gel.,

183

blijven

nederliggen,

al

dreigde die bergtocht u

Niet

gewanhoopt.

In

die

dood.

verzuchting

om

met

aan

dit

gelijkvloersche te ontkomen, sprak een heiliger trek, een u in-

geschapen behoefte. Vrees niet een

maar toch

een Alpenland daarboven,

is

wel voor het

thans u omringt

jammer,

slechts

is

en de dood trekt door de voegen uwer

ge,

zinlijk

oog,

wezenlijk, een wereld rijk en rein, vol liefde, licht

Wat

en leven, ligt

Er

!

onzichtbaar

wereld,

geestelijke

in

ziel,

den dood

maar daar

is

het heerlijk, daar verre en toch voor wie gelooft, zoo nabij,

in

de zalen des eenwigen Lichts en de sfeer der versmeltende

Ook

glansen.

hoordet immers het ruischen en spatten wel

gij

van de zilveren wateren des levens, die daar vlieten? Ving ook

uw

zielsoog nooit een enkele straal op van den zacht tintelen-

den gloed, waarin

alles zich

daar baadt? O! denk u de tegen-

om u ziet. Daar reinheid, wat hier zonde: daar vreugde wat hier smart: daar gejubel, wat hier geklag: daar vrede wat hier strijd is: scherp ge kunt, met wat ge op aarde

zoo

stelling

daar ten volle verheerlijkt, wat hier gedrukt was en ter neer-

geworpen, en

leven,

.

.

.

en

althans zult ge gevoelen van de ont-

iets

iets,

tusschen

tegenstelling

zachlijke

En nu

zinnig verbergt voor ons oog.

u

het

hooger

wereld, waarin

de

we

die andere, die betere wereld, die zich zoo

hart,

o,

op

licht

uw onrust uw gesloten

al

onbewust de hand

strektet ge

dan, naar die wereld trekt

niets

is

dan het spelen van dat

Naar

zielsoog.

die heerlijkheid

En waarom

uit.

zelven

geheim-

ze

u dan toch

ontvlood? Ach, zelven woudt ge haar grijpen, zelven dat onbekende land ontdekken, zelven derwaarts doordringen, en daarom verstijfde u de

ziel bij

Ziet

dat klimmen, en dreigde die bergtocht u die

Gel.,

heilige

daarheen

doordringen,

zoo

diep

en

rijk

onze.-;

Neen,

niet

breed

Gods van

wereld

niet

door

afscheidt

gij

vloek

van

is

de

er,

.

.

.

maar

klove

met den dood. niet gij kondt

dempen, de kloof

en schuld gegraven, de

wereld,

waarin

hier naar dat rijk des hemels,

maar

die dat gij

uit

leeft.

dien

hemel naar deze aarde moest de weg des levens gebaand worden. Of hoordet gé dan de blijmare der Evangelies nooit? lm-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 183

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's