Twaalftal leerredenen - pagina 244
(eerste en tweede zestal)
2Ü
GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.
een ruischen van meer dan aardsche toonen
„Ik geloof
het
weer met gebroken stem opklimt Eindelijk,
en
wien
voor
»alle
Vergeet
gij
besprengd
hart
steenen
uw
hart
roem
is
de
vooral
laat mij het
o,
„Ik
dan God de Heere
met het water des
heeft
u mogen
laatste belijdenis niet: als
is,
levens, en het is
in
ons
dan komt nog eens de Verleider en zegt:
gegeven,
binnenste
ziel.
met het roepen
uitgesloten"
ons weggenomen, en Zijn Geest
uit
is
zijn, als
door rouw verslagen
den Heiligen Geest". Ziet toch,
(jeloof in
ons
het
uit
van ellende samenvloeit,
»uit diepten
toeroepen:
u
beide aanvaardt, wien beide dierbaar
die
gij,
zal het
den Zoon, mijn Herfier en mijn Helium/'',
in
»neem nu het deel des goeds dat u toekomt", en weet aan God uw verzoening, weet aan God uw bekeering, maar weet uw heiligmaking aan uzelven dank. Neen, werp die aanklacht niet weg, als trof ze ü niet. Ons allen geldt ze, Gel., zoolang we het hartaangrijpend woord nog niet verstaan »dat we niet slechts gerechtvaardigd, maar ook geheiligd zijn in den Heer". Maar nu, we hoorden het, »Ik zal het maken, dat gij in Mijn inzettingen wandelt", sprak Hij, wiens Woord nimmer falen noch
En daarom,
kan.
vallen
zijt
ge
als
de verloren zoon
teruggekeerd, zoek dan niet meer op uzelf te wonen, niet meer
op een stuk van
weet
spijzen
tafel
van
zal
een
dan
al
van
uw
mij zooveel
nade stroomen?
jesteit
maar
bij
dag elke bete
» Vader, Zoon en Heilige Geest" meer een hoogheilige kracht des de ziel u soms geslingerd, dat ge,
klank, al
wordt
en
ontzettend
teren,
anders dan aan Zijn eigen
en u met eigen hand dag
het" verdiepen
voor
niet
zoo de belijdenis van
minder
al
levens, bij
wil,
Brood des levens voor uzelf te
Heer ook u
elke bete van heiligheid reikt.
liefde,
Worde ii
het.
dat de
het,
o,
woord
heil,
schuldbesef, zal
bangheid klaagt:
schep dan moed, mijn broeder, en laat bet u vertroosten, dat de
sprak: „Ik doe het niet
maar mijnen
in
voor mij zoo overvloeiende ge-
grooten
Naam,
om
Heer
eens. in
uwentwil, het
:ij
zijn
Ma-
u bekend,
dien zal Ik verheerlijken". Amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's