Revisie der revisie-legende - pagina 144
142
NALEZING OP DE DORDTSCHE A.CTEN.
antichrintiüch
is,
zo achte ik evenwel dat in zulke gelegeiitheden, daar het de noodt vordert,
is, om den zin van hare leeringen volgens den onfeilbaren Gods woort, nader te verklaren; gelijk in veele christelijke kerkvergaderingen, voorbeelt, die van Ephesen en Chalcedon^ omtrent de natuurvereeniging in de persoon
bevoegt en geregtigd
de kerke
van
regel bij
van Christus, geschiedt
om
breiden,
is,
en door die verklaringen hare geloofsbelijdenissen meerder uit te dwalingen en ketterijen tegen te gaan. Heeft dit in Politicis
inbrekende
de
met onderlinge zarnenstemminge op zekere grondvesten opgericht, voorkomende gelegentheden, ter bewaringe en bevorderinge vanden welstand van het burgerlijk lichaam, door nieuwe besluiten, verklaringen en uitbreidingen van hare wetten, nadere bestellinge te maken, evenwel zoo, dat de grond-constitutie van de sociteit daardoor niet gealteieert nog tegengegaan werd: z:) zie ik geen reeden, waarom plaats,
een
dat
sociteit
om
de macht heeft,
men
bij
eene christelijke gemeenschap,
wandel, het woort Gods verklaringen
daarvan,
dwalingen en
ten
aanzien van haar geloof en
te
de
en hoe
ketteiijen gevoelt,
meenschap begeeren
welker grondwetten,
macht zoude weigeren, om zeekere belijdenissen, en nadere maken, opdat elk wete, wat zij ten aanzien van de opgerezene
zijn,
die
zij
te blijven, wil verstaan
stukken der
van
leere,
alle die in
hebben; wel verstaande, dat
hare ge-
in deze
zij
nadere
verklaringen de gi'ondwetten niet te buiten gaa, nog in de constitutie veranderinge maak."
Voor consciëntiedwang
deze
zijn
paalde zich alle geschil tot de vraag
En
De Mooe
de hoogleeraar
sclirifteii
//Zijn ze
:
het
die in
eindelijk,
eeuw a Marcks Dogmatiek commentarieerde,
en steeds be-
nooit misbruikt
conform aan den Woorde Gods ?"
laatst
der voorgaande
bleef aan deze nobele en gere-
formeerde traditiën, met zaakkennis en beslistheid van overtuiging, getrouw.
Ook
toch
hij
erkende,
Gods
dat
Woord de
eenige
regel
was van ons
geloof en onzen wandel, maar dat, rees er quaestie over onze aanhoorigheid tot het
kerkelijk
beslissen
Over
(Tom. VI. het
recht
onderschrijft
Te Dordt veranderd, in
de
wel
geheel,
terdege de Formulieren van eenigheid moesten
392).
p.
van
en de bedingen daarbij in acht
revisie
hij
geheel het oordeel van Voetius
is
in
1619 ook
z.
niets
i.
(p.
alleen
de uitdrukkingswijs herzien,
en
andere
taal
te
372).
hoegenaamd aan de beleden zaken
maar
eene
nemen,
te
schrijven
//dewijl
met verloop van
de wijze van tijd
merkbare
wijziging had ondergaan" (p. 371). Zelfs
de
tekstrevisie
van
1565/6 acht
hij,
buiten de zaken en den inhoud der Belijdenis
En wat
aUes afdoet,
om
het
50 bladzijden
quarto
omgegaan.
dolzinnige beweren van A.
v.
d.
Os, die
weer op losse schoenen wou zetten, uit
de Formulieren van eenigheid kleeden, dat er niets van
op gezag van Thysius, dat is
overbleef,
geleverd,
die
heeft in
De Moor
fijnheid
een betoog van
te
bijna
van disputeerkunst tot de
keurigste brokstukken uit zijn arbeid behooren.
Over
de
opgesteld,
Walchersche evenals over
Remonstranten,
behoeft
artikelen,
die
tegen Vlak, Roell en Becker zijn
de Zuidhollandsche nadere hier
niet gehandeld.
verklaringen tegen
de
Deze toch gingen niet van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's