Twaalftal leerredenen - pagina 24
(eerste en tweede zestal)
!
24
NABIJ GOD TE ZIJN.
komen
binnen door
geen
teren
dan
omarmen
uwen aan één
uw
blijft
uw
en
uw
doorleeft
om hun
ge nogtans daar binnen in de
zelfverwijt, alleen
aarde
op
schenhart
al geeft
te
alles
met
al
uw
bekeert,
gij
eenzaam
ziel,
alleen
uit
leven eens op
dit
uw
alleen
uwen Rechter, en zoo ge u niet met uw arm hart eens voor altijd omzwer-
ge alleen
er slechts die het heiligdom
uwer
de sleutelen van de deuren uws harten alleen, heeft
sterven-
in,
eens voor het oog van
blijft
is
met
smart en rouwe,
doorworstelen wat een men-
ven buiten de heilige sleeren van het eeuwig Eén, Eén
warm met de
lippen
sponde, alleen gaat ge eens het dal der schaduwe des doods verschijnt
is
doorworstelen heeft, alleen daarbinnen
de scheiding
ziel
hart
hun scha-
drukken ze u zoo
lach, al
ze u zoo teeder,
moet ge daar binnen
alleen
!
zelfden beker der vreugde te zetten,
en verlaten schuld
O
de voet gezet.
ooit
echo op
een
de hand en
uw
daar in het heiligdom van
niet,
zij
hunner
den toegang
rijk
des Lichts. Neen,
ziel
kan ontsluiten en
bezit.
De
tot dat hart, dat Hij als
Christus, en Hij
Schepper vormde.
en daarom Hij moet u geopenbaard worden,
Hem
moet ge daar
binnen ontvangen, of ge ontkomt aan dat bange
ledig,
aan dat doo-
delijk
eenzaam, aan die ontzettend verlatenheid
En daarom.
nooit.
maar kiest het beboud, uwen God te zoeken. Neen, ik weet niet, wat komen zullen, ik weet niet hoevele jaren de lang-
Gel.! blijft niet verre staan,
door het leven nabij
de dingen
zijn die
moedigheid des Heeren nog volharden en Zijn verschijnen op de
wolken toeven der getuigen
Heer
zal,
hem
— maar
dit
weet
ik,
dat ook in die ure de wolke
alleen gelukzalig zal prijzen, die dicht
heeft geleefd, nabij
bij
den
den Heer zijnen God. Neen, wendt u dan
niet af
op den weg der eeuw, maar kust den Zoon, opdat Hij niet
toorne.
Ja zoekt den Heer, opdat niet voor eeuwig misscluen
het
»Lama Sabachtani" op uw
dan zou het u bange
zijn,
lippen
worde gebonden. O!
als die klacht der verlatenheid,
dat
»waarom o, Heer! van U verlaten," niet van uw lippen meer was te scheuren, en al de sfeeren des hemels de stem van uwen God herhaalden »Omdat gij mij hebt verlaten en nabij :
Mij niet in
uw
leven
zijt
geweest.''
Amen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's