Twaalftal leerredenen - pagina 111
(eerste en tweede zestal)
VI.
MARIA
BIJ
HET
KRUIS.
Jezus nu, ziende zijne moeder, en den discipel, dien Hij liefhad daarbij staande, zeide tot zijne moeder Vrouw! zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uwe moeder. :
Jok. 19
Er
M. H.
ligt
in die
weinige woorden, die
van gedachten.
een wereld
»Maria
bij
ik
2fi,
=
27a.
u daar voorlas,
het kruis," het
is
een
der boeiendste, der roerendste tafereelen, die op het Evangelie-
geteekend staan
blad
weelde
de
geheel len
onzer
Het
daarna
voor
van bij
of
dat
de
het
niets
werpt
is
om
bij
al
dat
blijven gevoe-
is
kruis van den Christus plaats grijpt.
de tegen-
Neem
dat
elk
hout
beter
nieuwe
schaduw
dit
weg, en elke menschelijke levensuiting
een uiting van menschelijke boosheid. Het
van
Elke een
meer en dieper
hart
uiten laat.
somber
gevoel
dan bitterheid voor den
wellen.
uw
een oogenblik de lijdensbeker van voor de
tafereel
kruis
vloek
omringen,
altijd
was het mij gegeven, nog zou
aandoenlijk afscheid, met alles wat vóóraf en
dit
ééne vluchtige bij
al
Heeren wordt weggenomen, zoo sterk
des
stelling
woorden
in
of
is
Neen, ook
schouwspel,
eenig
dan zich
lippen
!
taal uit te putten,
afstraalt
in
hen
lijder uit
te
te
meer
op
onderdrukken, en
hun gemoed
gestalte, die zich bij
is
op allen die het
te
doen op-
Golgotha vertoont,
het toch reeds zoo donker
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's